Tagarchief: theorie

De Acht Cirkel-stijl in beeld en geluid #2

Meer op onze YouTube-pagina

Advertenties
Getagged , , , , ,

Intern en zo

Hoewel iedere mens in de kern energetisch van aard is, is dat altijd nog heel iets anders dan energetisch zijn. Je kunt dat vergelijken met een electrisch apparaat: het feit dat het op stroom werkt wil nog niet zeggen het ding elektrisch is, als het goed is krijg je geen optater als je het aanraakt.

Eén van de functies van qi die je niet zult leren in het rijtje ‘functies van qi’ als je bijvoorbeeld acupunctuur studeert is: qi maakt ‘vol’, het vult de meridianen en daardoor ook de mens die uit die meridianen bestaat. Dat is waarom wij rechtop kunnen blijven staan, wat ons lichaam omhoog houdt; maar het is ook de reden waarom we ‘dik’ zijn, massa hebben. En hoe meer qi hoe voller de mens, hoe meer rechtop.
In die zin kunnen we onszelf dus vergelijken met een half-lege ballon die, door oefeningen zoals qigong, geleidelijk wordt opgeblazen en wordt gevuld met lucht: hoewel de ballon aanvankelijk slapjes was en losjes is ze nu hard, vol en rond. 
Eenmaal vol van qi zijn we dus te vergelijken met een bal; maar dat is nog niet wat we ‘intern zijn’ mogen noemen.
Door aanvullende oefening kunnen we onszelf daadwerkelijk gewaarworden alsof we een bal zijn, rond van vorm. En vanaf een bepaald punt zal onze training lonen, en merken we dat we gevuld zijn met ‘iets’. Dat iets, qi, kunnen we weliswaar niet rechtstreeks voelen maar we nemen de warmte waar die het genereert, we voelen het bloed stromen dat erdoor bewogen wordt, we ervaren hoe we ‘opgeblazen’ worden. We zijn nu dus als het ware een bal met een binnenkant, zeg maar een sinaasappel. Echter, ook dat is nog niet wat we ‘intern zijn’ mogen noemen.
Intern zijn begint op het moment dat onze waarneming omdraait. Aanvankelijk hadden we de ervaring dat we een bal met een binnenkant waren, maar nu voelen we plotseling hoe we die binnenkant zijn met een schil eromheen. Dát is ‘intern zijn’, intern Zijn.
De vraag is hoe je daar komt.
In mijn School van de Kraanvogel differentiëren we vier levels. Hoewel het wel zo gepresenteerd, onderwezen en bestudeerd wordt is het niet een structurele opeenvolging in de zin van ‘de één komt na de ander’; voor een deel is dat weliswaar wel degelijk zo, maar er kunnen spontane ervaringen en inzichten optreden die met een ander level te maken hebben dan waar je hoofdzakelijk zit.
Level I: ‘constructie’
Als Tai Chi-school zijn wij een krijgskunstschool. De één zoekt voornamelijk voor zijn of haar gezondheid te ‘vechten’, voor de ander is het een spirituele krijgskunst met het ego als voornaamste tegenstander, voor weer een ander is het een feitelijke vechtkunst; en dan zijn er natuurlijk ook nog die mensen die het gewoon leuk vinden en fijn vinden voelen om op Tai Chi-manier te leren bewegen.
Wat al deze invalshoeken met elkaar gemeen hebben is dat ze fysiek zijn, en om optimaal en efficiënt fysiek te leren bewegen werkt Tai Chi met allerlei regeltjes. ‘De rug moet recht zijn’, ‘ontspan’, ‘houd de nek gestrekt alsof je met je hoofd aan een vleeshaak hangt’, dat soort regeltjes. 
Uiteraard kun je prima bewegen zónder die regeltjes in acht te nemen maar voor ons zijn ze belangrijk, omdat ze enerzijds het lichaam uitlijnen en anderzijds voldoende spanning wegnemen, ‘stagnaties opheffen’, om een vrije circulatie van qi mogelijk te maken.
We kunnen dan ook stellen dat het beheersen van constructie via externe principes (lees mijn boek ‘De Externe Principes van Tai Chi‘, inmiddels verkrijgbaar als PDF) een belangrijke voorwaarde-scheppende fysieke vaardigheid is voor interne training.

Level II: ‘lineaire gewaarwording’
Dit level kennen de meeste mensen die een tijdje qigong geoefend hebben, of die een 
acupunctuurbehandeling hebben ondergaan: de eerste ervaring dat je qi begint te voelen. Natuurlijk voel je niet de qi, qi kun je niet rechtstreeks voelen. Maar je voelt wel de gevolgen van qi, de doorstroming die vaak met een warm en ietwat statisch gevoel gepaard kan gaan; de eerste ervaringen zijn meestal in de handen en onderarmen. Afhankelijk van wat je oefent kan het traject van sommige meridianen vervolgens voelbaar worden; meestal begint het met de Long-meridiaan, en vandaar dat we dit de lineaire fase noemen.
Level III: theorie
Wie echt wil groeien zal daaraan moeten werken. In ons geval betekent het dat we, na onze lineaire energetische ervaring, nieuwsgierig worden na wat het nu eigenlijk is wat we voelen, hoe dat werkt, hoe het door ons lichaam loopt, enzovoorts. We ontkomen nu niet aan theoretische studie. 

In het oude China hoefde je daar niet apart voor te gaan studeren omdat je de bijbehorende kennis vaak tijdens je training al meegekregen had; immers, je was al op zesjarige leeftijd begonnen met trainen en met het uit je hoofd leren van versjes, die nu ineens bijvoorbeeld het meridiaanverloop blijken uit te leggen of de exacte lokatie en functie van specifieke acupunctuurpunten. Wij zitten echter op meer dan één manier niet in het oude China en moeten deze kennis verwerven door bijvoorbeeld traditionele Chinese medicijnen (TCM), zoals acupunctuur, te gaan leren. Blijf jezelf daarbij wel bewust van het feit dat TCM gemoderniseerd is en daardoor op sommige punten tekort schiet in haar visie op energetica.
Level IV: ‘spherische gewaarwording’
Eén van de theoretische ‘inzichten’ waar je zo snel mogelijk weer vanaf moet is het idee dat er twaalf orgaanmeridianen zijn: in feite is er slechts eentje (er zijn nog een aantal andere meridiaansystemen maar ik wil het verhaal nu even duidelijk houden). De is heel lang, loopt door ons hele lichaam en stemt zijn frequentie af op de lokatie waar hij op dat moment passeert. 
We moeten vanaf dit punt een beetje Zen-achtig te werk gaan want we moeten accepteren dat deze ene meridiaan niet alleen als een soort van energetische fietsband door het hele lichaam loopt, we moeten tegelijkertijd accepteren dat hij dat doet in zes lagen die over elkaar heen liggen.
Vervolgens moeten we ophouden -maar door de ervaringen vanuit onze training ligt dat op dit niveau al voor de hand- met meridianen als ‘lijntjes door het lichaam’ te visualiseren. Een meridiaan is niet meer dan de naam voor het lineiaire verplaaten van qi door het lichaam, en beter is het om een vergelijking te maken met radiofrequenties en bandbreedtes: qi is een frequentie die meer of minder bandbreedte in beslag kan nemen. Net als bij een radio kun je meer of minder precies op het zendstation afstemmen en het komt vaak voor dat de stations te dicht bij elkaar liggen en dat de zenders door elkaar lopen.
Nu noemde ik al eerder als functie van qi dat het ‘vol maakt’. Als een qi-frequentie overloopt omdat ze ‘vol’ is, èn qi circuleert in zes lagen over elkaar heen, dan is het onvermijdelijk dat het overlopen uit de ene laag en het overlopen uit de andere laag door elkaar gaat lopen. Dit proces wordt ‘transformatie’ genoemd en resulteert in een meridiaan-overloop die het hele lichaam vult en doet pulseren: er ontstaat een dynamo-effect waarbij de stroom, die door de spiralerende koperdraad loopt, een veld gaat vormen.
Als je dit hebt bereikt, of eerder: geopend in jezelf, dan zul je merken dat qi niet alleen lineair meer door het lichaam stroomt maar ook als een pulserend veld kan werken. Dit is de manier waarop alle kunsten die qi toepassen, waaronder zeker ook Tai Chi, ermee werken.
Er zijn diverse manieren om dit vierde level verder uit te werken. De manier waarop dit gebeurt is afhankelijk van de discipline waar je het binnen wil toepassen, maar in alle gevallen betreft het methodes om het spherische intact te houden terwijl je het comprimeert in het lineaire.
Het is een lang verhaal geworden en zelf kan ik ook niet alles, maar dit is hoe intern worden werkt. Doe er je voordeel mee.
Getagged , , , , ,