Categorie archief: vormen

de namen van de vorm

De lerarenopleiding ‘Tai Chi’ van mijn School van de Kraanvogel gaat niet alleen over praktische vaardigheden, immers, je moet straks als leraar je leerlingen ook iets te vertellen hebben. Niet alleen ‘dit moet zus en dat moet zo’, maar ook waaróm iets zus of zo moet. Wat doe je waarom, waar komt die informatie vandaan, enzovoorts. Je moet verhalen rondom de handelingen weten te vertellen, soms omdat dat nuttige informatie is en soms gewoon, omdat je ook een entertainende functie hebt.

Vandaar dat de lerarenopleiding qua theorie neigt naar academisch niveau, en dat begint met kennis van, maar zeker ook óver, de namen. Hieronder een kort stukje uit de eerste les van aankomende woensdag.

De namen van Tai Chi – het eerste deel van de vorm

Qi shi

Vaak wordt deze bewegingshouding vertaald als ‘beginhouding’; dat is niet verkeerd maar zeker niet helemaal correct. De oorzaak daarvan ligt in onze associatie met het woord ‘houding’: dat suggereert een statisch iets, een standbeeld bijvoorbeeld ‘staat in een houding’. Maar het Chinese woord ‘shi’ impliceert heel iets anders: een ‘shi’ is de vorm waarin bijvoorbeeld een groepje specialisten, zoals speervechters, zich in de slaglinie opstelt tijdens een veldslag: ze bewegen zich in die vormgeving die, wanneer de omstandigheden dat vereisen, zich onmiddellijk kan wijzigen in een ándere vormgeving of opstelling.

Ook in de woordenboeken kom je niets tegen dat op ‘positie’ of ‘houding’ duidt. De gegeven betekenis omvat: Kracht, invloed; een tendens; natuurlijke kwaliteiten (vb. de natuurlijke kwaliteiten van een berg); situatie, omstandigheid; een teken/signaal (van: ‘een teken/signaal geven’) de mannelijke geslachtsdelen[1].

Roger T. Ames geeft, in zijn boek ‘Sun-tzu – The Art Of Warfare’, in de inleiding de volgende ‘cluster of meanings’: Aspect, situatie, omstandigheden; aanleg, configuratie, uiterlijke vorm; kracht, invloed, momentum, autoriteit; strategisch voordeel, aankoop.

Daarbij merkt hij terecht op dat wij niet moeten vertalen door één van deze betekenissen te selecteren maar door te begrijpen hoe ‘shi’ al die betekenissen tegelijk omvat[2]. Dat doet Ames door ‘shi’ uit te leggen als ‘die samenstelling van voorwaarden die onze situatie definieert’[3].

Het eerste deel van de term, ‘qi’, betekent inderdaad zoveel als ‘beginnen’ maar tegelijkertijd ook zoveel als ‘omhoog komen, opstaan, in opstand komen’[4].

Deze twee woorden bij elkaar genomen betekenen dus veel méér dan ‘beginhouding’: om te beginnen gaat het dus niet om iets statisch maar om een handeling, een proces. Een proces waarvan? Niet alleen ‘het begin’, het is een proces van activering, van opwekken, alert zijn, klaar om in actie te komen.

Dit lijkt misschien muggenzifterij maar het is een heel belangrijk nuanceverschil: een ‘beginhouding’ is op zijn best de vormgeving waarmee je een serie bewegingen begint; echter, Tai Chi is een krijgskunst, en je opent je vormuitvoering dus niet met alleen maar een houding of vormgeving maar door een totale, mentale, staat van aanwezigheid op te wekken. ‘Qi shi’ is dus niet ‘de naam van een houding’ maar al meteen een les in wat je hoe moet doen: de voorwaarde scheppen -fysiek maar zeker ook mentaal- van waaruit het vervolg kan plaatsvinden.

Een extra kanttekening hierbij is dat ‘fysiek’ niet alleen verwijst naar de vormgeving en positionering van het lichaam, maar tevens naar het activeren van de innerlijke processen die middels Qigong zijn ontwikkeld. In één van de Tai Chi-Klassieken beschrijft Wu Yuxiang: “Gebruik de geest om qi te bewegen. Geleid qi rustig omlaag, dan kan deze diep in de botten doordringen. Beweeg het lichaam met behulp van qi; laat het vloeiend bewegen, dan volgt het de geest met gemak”[5]. Deze omschrijving geeft exact weer wat ‘qi shi’ is en doet.

Lan que wei

‘Lan que wei’ wordt doorgaans vertaald als ‘grijp de mus bij de staart’, een rechtstreeks gevolg van de Chinese schrijfwijze. Daar zijn een aantal dingen over te zeggen.

Om te beginnen: in de ‘oude stijl’ -in feite de Chen-stijl- heet de voorganger waar deze handeling haar vormgeving aan heeft ontleend ‘lan zha yi’. Dit betekent, volgens de algemeen gangbare Chinese schrijfwijze, ‘op je gemak je gewaad instoppen’; het zou verwijzen naar de lange gewaden die men droeg en die in de weg zouden zitten tijdens het vechten, reden waarom je -voor het gevecht begint- eerst het onderste deel van dat gewaad in je gordel stopt zodat je er niet op kunt gaan staan. Echter, het woordje ‘lan’ kan ook ‘omvattend vasthouden’ betekenen (‘zoals Roodkapje haar mandje in de arm draagt’); ‘zha’ betekent ‘vastpinnen’ en ‘yi’, anders geschreven dan het woord voor ‘gewaad’, betekent dan ‘hij daar’. Het is dus een functieomschrijving die je uitlegt hoe je de ander ‘omvat’ en ‘vastpint’.

Van ‘lan zha yi’ naar ‘lan que wei’ lijkt een grote stap, zeker als je naar het Westerse alfabet kijkt. Echter, in het Chinees, en zeker als het niet ‘op zijn hogeschools wordt uitgesproken’, kunnen deze twee namen bijna hetzelfde klinken. Zo zien we dat Gu Liuxing, een beroemd Tai Chi-historicus en -meester, zelfs nog in de jaren tachtig van de vorige eeuw de naam ‘lan que wei’ helemaal niet gebruikt maar in plaats daarvan de oudere term ‘lan zha yi’ hanteert[6].

NB Overigens hanteert Gu meer paralellen met de ‘oude stijl’: net als in de Chen-stijl laat Gu de naam ‘qi shi’ doorlopen tot en met de eerste ‘lan que wei’-handeling.

Wat de betekenis van de naam betreft staat er in de Tai Chi-Klassieken geschreven: “Peng, lü, ji en an worden geboren uit lan que wei”[7]. ‘Lan que wei’ -in de betekenis van ‘grijp de mus bij de staart’- refereert aan iets wat ‘elke Chinees kent’, namelijk het beeld van de gepensioneerde man in het park die daar zit te schaken terwijl hij zijn vogeltje in een kooitje heeft meegenomen. Dat vogeltje laat hij eruit (het vliegt uit zichzelf wel weer terug) en laat hij op zijn hand landen. Vervolgens toont de man zijn vrienden hoe bedreven hij is in het vogeltje aan zijn hand laten ‘kleven’: een vogel heeft lift nodig onder zijn vleugels om op te kunnen stijgen maar door op het juiste moment de hand omhoog of omlaag te brengen kan het dier geen afzet genereren om die lift te krijgen. De op en neer-gaande beweging van de hand lijkt op het op en neer gaan van de armen in ‘lan que wei’, en vandaar deze dichterlijke naamgeving. Daarnaast kunnen we in het Chinees ‘lan que wei’ een tikkeltje anders schrijven. ‘Lan’ betekent dan ‘omvatten’, ‘que’ is zoiets als een sterke bevestiging of uitroepteken en ‘wei’ betekent nu ‘omsingelen’: je omvat en omsingelt de tegenstander. Zo is de naam ‘lan que wei’ tevens een functieomschrijving, een instructie zo men wil.

Dan bian

‘Dan bian’ wordt doorgaans in het Chinees geschreven met de karaktertekens die zoveel betekenen als ‘enkele zweep’. De motivatie daarvoor wordt vaak uitgelegd aan de hand van de beweging, die vanuit de rechtervoet naar de linkerhand zou golven ‘als een zweep’.

Echter, de meester T.Y. Pang geeft, als alternatieve schrijfwijze, ‘verandering van het cinnaber’, wat hij zelf ‘vertaalt’ als ‘verandering van energie’. Daarmee verwijst Pang naar het feit dat, gedurende deze beweging, de energie in de onderbuik verandert. ‘Cinnaber’ is een term uit de interne alchemie die verwijst naar het dantian (‘cinnaber-veld’).

Door ‘dan bian’ met wéér andere Chinese karaktertekens te schrijven wordt het een uitleg van de functie: ‘strijken met de flank’.

Ti shou

‘Ti shou’ betekent ‘til de handen op’ en is een voorbeeld van een technische term (zie pagina 5). Technische namen hebben een betekenis die twee kanten op gaat: enerzijds wordt er beschreven wat je zelf doet, anderzijds geeft de naam weer wat de ander daardoor ondergaat.

Bai he liang chi

‘Bai he liang chi’ –‘de witte kraanvogel verkoelt haar vleugels’- is een voorbeeld van een dichterlijke naam (zie pagina 5), en gaat al heel ver terug in de geschiedenis; de naam komt dan ook in diverse stijlen -niet alleen ‘interne’- voor. Het wordt in alle gevallen gebruikt als omschrijving van een beweging waarbij beide armen worden gespreid. Het woordje ‘liang’ is hierin een sleutelwoord. Dit woord wordt namelijk ook gebruikt in de Chinese opera -het vroegere equivalent van de hedendaagse actiefilms- en staat voor de houding die de held aanneemt nadat hij op het podium is gekomen en zich aan het publiek presenteert: die ‘liang’-houding ziet er bijna precies hetzelfde uit als de ‘bai he liang chi’-positie in Chen- en Yang-stijl Tai Chi.

NB Dichterlijke namen geven geen uitleg over de functie.

Lou xi ao bu

De naam van deze stap, ‘lou xi ao bu’, valt onder de categorie technische namen en wordt vaak vertaald als ‘strijk langs de knie met een draaistap’. Dit is slechts ten dele correct. Het derde karakterteken dat wordt weergegeven als ‘ao’ kan namelijk op twee manieren worden uitgesproken, en is daardoor twee verschillende woorden: ‘ao’ (in de vierde toon) betekent zoveel als ‘draaien’, maar je kunt het karakterteken ook uitspreken als ‘yao’ (in de derde toon). ‘Yao’ betekent ‘trekken, sleuren, afbreken, plukken (als bij een bloem)’.

NB Voor het gemak blijf ik hier ‘ao’ schrijven maar duidelijk moge zijn dat ik daarmee zowel ‘ao’ als ‘yao’ bedoel!

Zoals altijd in zulke gevallen is het niet een kwestie van kiezen tussen -in dit geval- ‘ao’ en ‘yao’ maar moet de vertaling tegelijkertijd beide betekenissen beschrijven. Zo leren we aan de hand van deze naam dat de handeling een draaiend-afbrekende, ‘knappende’ functie heeft en niets te maken heeft met een ‘draaistap’.

Het misverstand komt voort uit hoe de term in zijn totaal gelezen wordt: ‘lou xi ao bu’ wordt vrijwel automatisch opgedeeld in ‘lou xi’ (in de populaire vertaling: ‘strijken langs de knie’) en ‘ao bu’ (‘draaistap’); echter, in feite moet de opdeling als volgt: ‘lou xi ao’ en ‘bu’ (‘bu’ betekent ‘stap’). Het is dus een ‘lou xi ao’-stap, wat dan weer een duidelijkere uitleg geeft over de functie.

Het ‘lou xi’-gedeelte van de naam wordt doorgaans vertaald als ‘strijken langs de knie’, maar dat is erg vreemd en onjuist: het woordje ‘langs’ stáát namelijk nergens. Wat er wel staat is ‘knie strijken’; dat kan wel ‘langs de knie’ betekenen, maar voor hetzelfde geld is het te lezen als ‘van de knie’ of ‘met de knie’. Verder kent het Chinees geen enkel- of meervoud, dus het kan net zo goed vertaald worden als ‘knieën strijken’. Het is die laatste uitleg die recht doet aan de functie: met de eigen knie wordt de knie van de ander geblokkeerd terwijl, tegelijkertijd, aan de bovenkant ons lichaam ietwat wringt waardoor het lichaam van de ander wordt ‘gedraaid en gebroken’. Ook hier weer geeft de technische naam dus tegelijkertijd duiding over wat we zelf doen èn over wat de ander ondergaat[8].

Shou hui pipa

‘Shou hui pipa’ is een voorbeeld van een mengvorm van dichterlijke en technische namen, en betekent ‘handen spelen de (Chinese) luit’. Een Chinese luit lijkt een beetje op een gitaar maar wordt verticaal vastgehouden, en de beweging lijkt daardoor op het langs de snaren strijken van dit instrument.

In de Tai Chi-Klassieken schrijft de meester Yang Banhou dat ‘shou hui pipa’ een doorborende en neutraliserende ‘jing’ heeft[9]. Hoewel Chen Yanlin, de eerste auteur die uitgebreide informatie over de Yang-stijl Tai Chi ‘verraadt’ aan het publiek, beschrijft hoe ‘shou hui pipa’ een soort van armklem zou zijn[10] (ik vat zijn uitvoerige functieomschrijving even kort samen) is die uitleg meer bedoeld voor het grote publiek; doel van zo’n algemene beschrijving was niet zozeer een feitelijke technische uitleg, maar de lezer een idee geven zodat hij de beweging met intentie kon vullen. De technische uitleg moest daarbij wel moreel verantwoord blijven en we vinden in het werk van Chen dan ook nergens een beschrijving van functies die wreed of bloeddorstig zou kunnen overkomen.

Yang Banhou lost dit morele probleem anders op: door een ogenschijnlijk vage beschrijving te geven van de ‘energie’ is het aan de lezer zelf om de functie van de handeling in te vullen.

De stap kent, door het ‘strijkende’ effect, twee tegengestelde bewegingen. Het deel dat achterwaarts lijkt te gaan (maar in feite op de plaats blijft) ‘neutraliseert’ de inkomende kracht van de ander, terwijl het deel dat voorwaarts priemt ‘doorboort’: bij ‘shou hui pipa’ wordt de keel van de ander aangevallen en met de vingers doorboord.

Hier geeft het dichterlijke aspect van de naam tevens een technische uitleg: het schijnt zo te zijn (maar weten doe ik het niet) dat, doordat wanneer bij iemand de keel wordt doorgestoken met de vingers (zoals in deze ‘shou hui pipa’ gebeurt: vandaar de verwijzing naar ‘doorboren’-energie) en de windpijp bloot komt te liggen, door het ademen een geluid wordt voortgebracht dat ongeveer klinkt als ‘pie-paa’. Vandaar de naam.

Pi shen chui

‘Pi shen chui’ betekent ‘scheren langs het lichaam-slag’ en is een technische naam: ze geeft weer wat zowel mij als de ander overkomt. De ander komt naar voren met zijn aanval en ik ‘scheer’ daarlangs, terwijl de ander ook langs mij scheert.

Jin bu ban lan chui

Ook ‘jin bu ban lan chui’ valt in de groep van technische namen. Echter, de vertaling ‘voorwaarts stappen, pareren, weren en slaan’ doet geen recht aan wat er in het Chinees gezegd wordt. Dat heeft alles te maken met de term ‘jin bu’.

Het Chinees is een contextuele taal. Woorden hebben natuurlijk hun alledaagse betekenis, maar soms wordt zo’n alledaags woord gebruikt binnen het kader van een specifieke discipline. Het Chinese woord ‘zou’ bijvoorbeeld betekent gewoon ‘lopen’, maar wordt ook in Tai Chi gebruikt. Alleen is de betekenis dan een variatie op dat ‘lopen’, en daarom wordt in de Tai Chi-Klassieken ook éérst uitgelegd wat er binnen het Tai Chi-denken met ‘zou’ wordt bedoeld; dat doet men door uit te leggen ‘ren gang wo rou, wei zhi zou’: populair wordt dit zinnetje vertaald met ‘als de ander hard is en ik ben zacht dan is dat ‘meegaan’’, maar feitelijk wordt er uitgelegd dat als de ander hard is en ik ben zacht, dan beschrijven we dat met het woord voor ‘lopen’. Het is dus een uitleg over hoe een bepaald algemeen gangbaar woord wordt gebruikt als technische term.

Bij ‘jin bu’ is iets soortgelijks aan de hand. Letterlijk -in het algemene taalgebruik- betekent het inderdaad ‘voorwaartse stap’; echter, Tai Chi is een krijgskunst en daardoor moet de terminologie uitgelegd worden in een krijgs- (lees: militaire) context. Een voorbeeld van ‘jin bu’ in militaire context zien we in de film ‘Troy’ (2004): voor de eerste aanval van de Grieken stellen de Trojanen zich op voor hun stadsmuur, en wanneer de Griekse aanval begint drijven de Trojanen de Grieken terug de zee in. Dát is ‘jin bu’: in militaire zin ‘opdrijven’, ‘voorwaarts gaan terwijl je de druk er op houdt’.

‘Jin bu ban lan chui’ is onlosmakelijk verbonden aan, en een onmiddellijk vervolg op, de voorgaande handeling ‘pi shen chui’, en daardoor valt in sommige Tai Chi-stromingen de naamgeving van ‘pi shen chui’ (maar daardoor ook de functie-uitleg) weg[11].

Ru feng si bi

‘Ru feng si bi’ wordt populair ‘vertaald’ als ‘schijnbare sluiting’. Hoewel de naam op verfraaide wijze vertelt wat er gebeurt en daardoor wat dichterlijk lijkt is het een technische term, omdat hij tegelijkertijd omschrijft wat jij doet èn wat de ander ondergaat.

Wat er letterlijk staat is ‘zoals je ‘feng’, zo doe je ‘bi’’, of, ietwat korter maar minder letterlijk: ‘’bi’ op de manier van ‘feng’’.

Zowel ‘feng’ als ‘bi’ kunnen wij in het Nederlands nauwelijks anders vertalen als ‘dichtdoen’ of ‘sluiten’, maar de twee woorden duiden in het Chinees op verschillende manieren van sluiten. Bij ‘feng’ kun je denken aan hoe iemand uit het raam van een oud huis hangt en dan de luiken sluit door beide armen kruislings naar elkaar toe te bewegen; echter, ‘feng’ wordt binnen de krijgskunsten gebruikt als term voor ‘afhouden’ of ‘afschermen’, zoals een bokser zijn beide armen naar elkaar toe brengt om de slagen van de ander daarop op te vangen en zo de aanval af te houden. Al met al geeft ‘feng’ dus in één woord zowel een visuele uitleg (‘alsof je de ramen sluit’) als een praktische (‘houd de ander op afstand’).

Bij ‘bi’ gaat het meer om iets dichtknijpen en afsluiten, zoals je een waterslang dichtknijpt waardoor het water niet meer verder kan; ‘knijpend sluiten’ is een lelijke, maar meer correcte weergave. ‘Bi’ is een vakterm uit qinna (de kunst van breek- en klemtechnieken), dianxue (het manipuleren van acupunctuurpunten voor gevechtsdoeleinden) en uit de traditionele Chinese medicijnenleer (waar het ‘stagnatie’ betekent, ook een vorm van ‘gesloten zijn’) en moet hier dan ook op die manier worden begrepen[12].

De volledige naam leert ons dat je -volgens de uitleg van Yang Banhou[13]– de ander afhoudt ‘op de manier hoe je de luiken sluit’ (lees: met gekruiste armen) en hoe je hem opsluit in zijn centrum waarbij je, omgekeerd bezien, de armen van de ander kruist en je eigen centrum beschermt.

Shizi shou

‘Shizi shou’ is een dichterlijke naam die geen enkele uitleg geeft over de functie (die in feite een ‘feng’, een ‘afhouden’, is) maar die de visuele vorm beschrijft: ‘shizi’ betekent ‘het karakterteken ‘tien’’ en ‘shou’ betekent ‘handen’- je houdt je handen in de vorm van het karakterteken voor het getal tien. Dit schrijf je als een kruis 十 en vandaar de naam.

[1] (Liang, 1995), p. 171.

[2] (Ames, 1993), p. 71-82.

[3] (Ames, 1993), p. 81.

[4] (Liang, 1995), p. 1461.

[5] Voor de originele tekst zie (Yang, 2001), p.1. Vertaling van de originele tekst van mijzelf; in de vertaling van Yang zitten serieuze fouten.

[6] (Gu, 1982), p. 109.

[7] (Wu, 1975), p. 5.

[8] (Jansen, 2011), p. 79-83.

[9] (Wu, 1975), p. 5; vertaald in (Jansen, 2011), p. 112.

[10] (Chen, 1943), p. 88; vertaald in (Jansen, 2011), p. 148-149.

[11] Zie bijvoorbeeld (Yang Z. , 1991), p. 64.

[12] (Jansen, 2011), p. 85-87.

[13] (Wu, 1975), p.5; vertaald in (Jansen, 2011), p.125-126.

Verwijzingen

Ames, R. T. (1993). Sun-tzu – The Art Of Warfare. New York: Ballantine Books.

Gu, L. (1982). Taijiquan Shu. Shanghai: Shanghai Jiaoyu Chubanshe.

Jansen, R. (2011). De 108-vorm Yang-stijl Tai Chi – over teksten en toepassingen. Den Haag: de School van de Kraanvogel.

Liang, S.-C. (1995). Far East Chinese-English Dictionary. Taiwan: Far East Book Co.

Pang, T. (1987). On Tai Chi Chuan. Washington: Azalea Press.

Wile, D. (1983). T’ai-chi Touchstones – Yang Family Secret Transmissions. New York: Sweet Ch’i Press.

Wu, M. (1975). taijiquan jiu jue zhu xie. Hong Kong: Taiping Ju Chuban.

Yang, J.-M. (2001). Tai Chi Secrets of the Wu & Li Styles. Boston: YMAA Publication Center.

Advertenties

De misleiding van het aangeleerde

Toen ik aan mijn vechtkunsttraining begon was ik een jaar of twaalf, dertien. Uiteraard wilde ik weten hoe ik me moest verdedigen tegen dit en wat ik kon doen tegen dat, en ik leerde een veelheid aan technieken.

tan_zolder

Die in het midden op de achterste rij, dat ben ik toen ik zestien was. Op de voorgrond meneer Tan (links op de afbeelding).

Na een korte tijd rond te hebben geshopt in Karate, Taekwondo (oude stijl) en Pençak Silat kwam ik terecht bij meneer Tan. Daar leerde ik niet ‘tegen dit doe je dat’, maar ik kreeg een beweging te leren die ik eerst naar tevredenheid moest kunnen uitvoeren, en daarna kwam er een korte uitleg over wat je moet die beweging ‘deed’ inclusief een bijbehorende partneroefening.

Op zich is dat natuurlijk niet zo’n vreemde onderwijsstructuur, sterker nog: ongemerkt zit die in alle krijgskunsten en vechtsporten. Neem bijvoorbeeld boksen: je leert een beweging waarbij je gezegd wordt dat dat een stoot is, en vervolgens ga je die oefenen. Bij Karate idem dito: dit is een stoot, dat is een trap, zus en zo’n beweging is een wering. Same difference.

Het punt is natuurlijk dat je als beginner niks wéét, en er moet ergens begonnen worden. Dus gebruikt de lesstructuur -die een stijlschool in feite ís- bij wijze van ingang die handelingen die je sowieso al kent en begrijpt; allen worden ze nu op een stijlspecifieke manier gevormd en aangeleerd.

tit_khun_5_elementsDit is wat ik later ben gaan benoemen als ‘het niveau van de tienduizend dingen’: tegen dit doe je dat, dit is schoppen, dit is slaan. En zo voort.

Ik vond Chinese stijlen leuk om te oefenen maar ik vond ze, op het begripsniveau dat ik toen had, wel inefficiënt: waarom zoveel aandacht aan het correct uitvoeren van de vormgeving van een bepaalde stap? Waarom niet meteen oefenen in de betekenis van die stap?

De Tit Khun-stijl die ik leerde had vijf ‘stapvormen’, elk gerelateerd aan een bepaalde richting. En zoals ik hierboven al vertelde kreeg ik elke stapvorm nauwgezet uitgelegd wat je met die beweging deed. En daar begon mijn pad van zelfmisleiding.

Meneer Tan probeerde mij in al zijn wijsheid van dat pad weg te houden. Zijn methode bestond uit verhaaltjes en anekdotes (zie HIER).
Nu wat het de tijd van Bruce Lee, en een beroemde uitspraak van Bruce Lee was ‘absorb what is useful’. Wij, leerlingen, zaten daardoor op een keer te praten over technieken van andere stijlen die Tit Khun niet had en vroegen op een gegeven moment aan meneer Tan of hij misschien ooit technieken had overgenomen uit andere stijlen. Zijn antwoord was, alweer, een verhaaltje: “Als je een techniek ziet bij een andere stijl die je erg goed vindt, dan moet je die overnemen natuurlijk! Zelf doe ik dat altijd zo: eerst kijk ik naar hoe ik me met Tit Khun tegen die techniek moet verdedigen. Als dat niet zo moeilijk blijkt te zijn als het aanvankelijk leek heb ik geen reden meer om die techniek mooi te vinden natuurlijk; maar als ik me er moeilijk tegen denk te kunnen verdedigen beschouw ik het als een mooie techniek.
Vóórdat ik ‘m nu overneem vraag ik me eerst af of Tit Khun misschien een beweging heeft die heel wel voor die techniek gebruikt kan worden, maar ik heb daar gewoon nooit eerder bij stilgestaan. Kom ik zo’n beweging niet tegen, dan neem ik die techniek over. Maar blijkt Tit Khun een beweging al te hebben die de toepassing van die techniek toelaat dan hoeft dat niet, en heb ik mijn eigen stijl verdiept!
Uiteraard vroegen wij meteen welke technieken hij dan uiteindelijk had overgenomen. Meneer Tan glimlachte, ging achterover zitten en zei: “Geen“.

Het zou nog zeker dertig jaar duren voor ik daadwerkelijk begreep wat hij met deze uitleg wilde zeggen.

Dat lag niet aan hem, dat lag aan mij, de leerling. Tegenwoordig leer ik mijn eigen leerlingen dat ‘mijn’ kunst leren net zoiets is als het beklimmen van een ladder: je kunt net zo hoog stijgen als je treden kunt loslaten. Maar dat begreep ik zelf, in mijn eigen leertijd, heel lang niet.

Een voorbeeld: de stap/techniek die bij Tit Khun bekend staat als ‘pat kwa’. Als solo-stap ziet die er ongeveer zo uit:

patkwa1

En de toepassing die ik erbij geleerd kreeg was deze:

patkwa2.jpg

Een soort van ‘enkelbreek-techniek’ die aan de binnenkant/voorzijde van de tegenstander wordt gebruikt. Dit heb ik jarenlang zo geoefend, en later zelf ook onderwezen.
Later leerde ik bij meneer Tan de vormen (zeg maar: de ‘kata’) van Tit Khun, en daarin kwam die stap meerdere malen voor; maar dan wel op een manier waardoor die onmogelijk deze betekenis kon hebben. Dús werd het bijbehorende verhaal dat de toepassing afweek van de vormgeving in de vorm; hetzelfde flauwekulargument dat je tegenwoordig ook veel hoort in Tai Chi-kringen als het gaat over toepassingen van ‘de vorm’.

Nee, hartstikke fóut: de toepassing is juist exact zoals je die aanleert! Je moet alleen de aangeleerde basistoepassing, die je al zoveel jaren geoefend hebt, eerst loslaten om te kunnen inzien dat niet de vorm, maar de toepassing van die vorm anders is. Het duurde bij mij (maar ik ben een trage leerling) ruim dertig jaar voor ik überhaupt op dat idee kwam…

Mijn punt is eigenlijk: je leert eerst ‘de tienduizend dingen’: tegen dit doe je dat. Maar een goede stijlschool voert je verder dan dat: je leert vormgevingen van hóe je je handeling moet uitvoeren om vervolgens die specifieke handeling los te kunnen laten en de vormgeving voor zichzelf te laten spreken. Wat kun je er nog meer mee? Zo wordt je opleiding steeds conceptueler tot je uiteindelijk uitkomt op de basisconcepten; in het typisch traditioneel-Chinese vocabulaire ga je van ‘de tienduizend dingen’ naar ‘de vijf elementen’, en vandaar groei je weer door naar ‘yin en yang’ om uiteindelijk uit te komen bij de Dao. Van tienduizend details naar, uiteindelijk, één centraal concept.

Een stijl leert je dus feitelijk geen technieken of technisch handelen; integendeel. In werkelijkheid is een stijl -na het aanleren van materiaal om mee te werken- een soort van raadsel dat de leerling krijgt toegeworpen. Natuurlijk kun je blijven hangen in de basisuitleg van wat je doet met een bepaalde beweging, en ja: daar kun je heel goed mee worden. Maar that’s not the point: het aangeleerde is niet meer dan een inleiding en motivatie voor de beginnende leerling om die specifieke beweging überhaupt te willen oefenen. Maar om verder te kunnen te groeien in de concepten die de stijl achter de schermen probeert te onderwijzen is het zaak om die eerste uitleg -uiteraard na voldoende beheersing- ook weer te kunnen loslaten. Je leert geen beperkingen, je wordt geschoold in vrijheid.

Nawoord: ik kwam op het idee voor dit artikeltje door een filmpje dat ik ergens op Facebook (klik HIER) tegenkwam. Het is een reclamefilmpje van een paar Karateleraren die ‘alternatieve toepassingen’ van de handelingen uit een kata demonstreren, om zo te laten zien dat de ‘schoppen-en-slaan’-stijl die (in hun ogen blijkbaar) Karate ‘is’ ook anders gebruikt kan worden. Hebben ze iets nieuws ontdekt? Nee, niet iets nieuws. Hebben ze iets ‘ont-dekt’: ja, ze hebben de schil van datgene wat hen was aangeleerd (Karatebewegingen gaan over schoppen, slaan en blokken) van zich af kunnen werpen. Een stijl is geen leerschool in beperkingen (‘deze ene beweging doet het ene dát’), het is een opeenstapeling van raadsels (‘wat kun je allemaal met deze ene beweging?’ ‘Wat is het ene achterliggende, alomvattende concept ervan?’) om je de weg naar vrijheid te wijzen.

Laat je trede los en beklim je ladder.

Filmpje: Chen-stijl Yi Lu

Na bijna anderhalf jaar geblesseerd geweest te zijn aan mijn rug mis ik nog wat power, maar in ieder geval kan ik weer oefenen. Met dank aan Armand van Middendorp voor de opname en aan Peter en Suze voor gebruik van de oefenruimte van ’t Syndicaat.

ik

Getagged , , ,