Categorie archief: Qigong

There’s one to rule them all

Wij worden beheersd en gecontroleerd door vier ‘spoken’. De eerste heet Denken, de tweede Emoties, de derde heet Voelen en de vierde is Lichaam.

Het eerste spook

Denken maakt dat we overrationaliseren. We zijn vergeten dat het slechts een gereedschap dient te zijn, en in de huidige maatschappij wordt teveel getheoretiseerd en te weinig empirisch gehandeld. Zelfs onze wetenschap, die moderne religie, gaat uit van het bewijzen van een theorie in plaats van kijken naar wat er gebeurt. Stel dat de Aarde een tik krijgt en daardoor een uur sneller gaat draaien per dag, dan is de wetenschap in staat om te zeggen dat de Aarde verkeerd draait want op het machientje dat ‘horloge’ heet valt de meting ineens anders uit: een theorie -tijdsmeting- is tot een waarheid gemaakt die boven de feitelijke waarheid uitstijgt.

Vroeger, toen ik een ventje van een jaar of vijftien, zestien was nam meneer Tan, mijn Tit Khun-leraar, me een keer apart. Ik was gefrustreerd aan het raken door de -in mijn ogen- geringe vooruitgang die ik boekte in mijn oefening en dat was hem blijkbaar opgevallen. “Je denkt teveel” adviseerde hij, maar merkte tegelijkertijd dat ik daar niet zoveel mee kon. Dus begon hij opnieuw, ditmaal vanuit een andere invalshoek. 

Nu was in die tijd Discovery Channel net nieuw op de tv (zo lang is dit alweer geleden) en nog voornamelijk gevuld met natuurfilms, iets wat ook tijdens de training regelmatig ter sprake kwam. Wij, leerlingen, waren erg onder de indruk van de macht, pracht en kracht van de dieren die getoond werden, en hadden het er vaak over. 

“Weet jij”, vroeg meneer Tan, “hoe een tijger zijn prooi vangt?” Dat wist ik wel, en ik vertelde hoe een tijger zijn klauwen om zijn prooi sloeg en vervolgens de coup de grace uitdeelde met zijn tanden. Want dat had ik op tv gezien. “Hoe kan hij dat dan?” Vroeg meneer Tan, semi-onnozel. Ik antwoordde dat de klauwen van een tijger net waren als die van een kat, met nagels die er uit konden schieten als hij ze nodig had.

“Oh” zei meneer Tan, en hij frunnikte nadenkend aan zijn kin. “En als die tijger gewoon over de rotsen loopt, wat doet hij dán met die nagels?”

“Dan trekt hij ze in”.

“Precies!” Meneer Tan priemde triomfantelijk met zijn wijsvinger naar mijn neus. “Jij bent net als een tijger die rondloopt met voortdurend zijn nagels uit. Als een tijger dat te vaak doet slijten die nagels en kan hij zijn eten niet meer vangen”. Hij legde uit: “Denken is net zoiets: je moet het gebruiken als je het nodig hebt. Wanneer je het níet nodig hebt, laat het dan voor wat het is, maak het niet te belangrijk. Het is maar een gereedschap”.

Het zou zeker twintig jaar duren voor ik doorhad wat hij bedoelde maar het was, en is nog steeds, een wijze les: je bent je denken niet, het is maar een gereedschap. Laat het de boel niet overstemmen

Het tweede spook

Ergens ver in het verleden, misschien al sinds de tijd van Abélard en Héloïse, zijn wij begonnen met het idealiseren van emoties. Het is zelfs tot hoogste cultuur verheven om Emotie het meest en het vaakst de baas te laten zijn over de drie andere spoken. Als je tv kijkt gaat het alleen maar over emotiegerelateerde zaken: je hoort er niet bij (emotie) als je niet dit of dat flauwekulprodukt koopt, oh kijk toch eens hoe die beroemdheid verliefd is (emotie) op die andere, stem op mij want als je op die ander stemt dan ben je geen oké persoon (emotie), kijk eens hoe zielig (emotie) de mensjes zijn in deze documentaire … Ik heb dus geen tv meer want het gaat werkelijk nergens over, er wordt alleen maar ingespeeld op Emotie. 

Als je ergens rationeel op reageert dan klopt er blijkbaar iets niet aan je: blijkbaar is zelfs het Denken-spook ondergeschikt gemaakt aan Emotie. Je moet en zult emotioneel zijn. En als je hoort zeggen “denk toch eens na, je weet toch dat je het anders moet doen?” Dan wordt er niet bedoeld dat je daadwerkelijk na moet gaan denken: nee, het is een inspelen op de emotie van een schouderklopje willen krijgen van de spreker. Meer niet. Onze wereld is stuk omdat wij emotie de baas hebben laten worden met lieden rondom ons die daar -of het de wereld nou schaadt of niet- handig gebruik van maken. Door te zèggen dat we na moeten denken (maar zonder dat te hard te menen).

Het derde spook

Als Emotie de keizer is met al zijn pracht en praal en zijn ‘als je niet doet of je me leuk vindt hak ik je hoofd af’ dan is Denken zijn eerste minister, en Voelen ‘het volk’: ondergewaardeerd door de elite, ge- danwel misbruikt wanneer en hoe het uitkomt. Dit voelen is geen ‘emotioneel voelen’, het is het soort voelen dat je pas gewaar kunt worden na jaren intensieve training: de interne training van Kungfu.

Voelen wordt ons niet aangeleerd vanuit onze cultuur, en al evenmin vanuit onze scholing. Mócht je zo gelukkig zijn dat je spontaan op deze vaardigheid stuit bij jezelf krijg je al snel de hele wereld over je heen: ‘je denkt niet na’ of ‘je bent niet gezellig’.

Interne training daarentegen gaat júist over dit voelen, dit waarnemen, dit alomtegenwoordig in je lichaam aanwezig zijn. Het gaat júist over niet nadenken en niet bezig hoeven zijn met wat anderen van je denken of willen.

Veel moderne mindfulness-achtige cursussen (raar woord trouwens… had dat niet mind-emptiness moeten zijn?) die zich baseren op oude tradities halen als doel ‘gelukkig zijn’ uit die oude tradities. Laat je niet gek maken: zolang Emotie de baas is zul je nóóit gelukkig zijn want er is altijd wel iemand die meer heeft, mooier heeft, jou niet aardig genoeg vindt enzovoorts. De tradities waar uit geput wordt waren helemaal niet bezig met verzadigd zijn of met emotionele voldoening, ze waren bezig met voelen. Met bewustzijn, bewust zijn

Het vierde spook 

Het lichaam is in feite het paard van of voor de drie andere spoken. Bij ongetrainde mensen zie je hoe Emotie op het paard zit met Denken er vlak voor lopend, met de hand aan de teugel. De één is de toegang tot de ander: je praat er rationeel tegen en krijgt een emotioneel antwoord; je geeft uitleg aan de leerling hoe hij/zij iets beter kan doen en je krijgt een uitgebreid antwoord waarin de leerling zichzelf verdedigt alsof je een persoonlijke aanval hebt gepleegd.

Bij uitermate goed geoefende mensen zit juist Voelen in het zadel. Deze mensen worden niet verstoord door emotioneel gekrakeel of door te ver of diep over iets nadenken. Als Voelen in het zadel zit hoeft het paard niet te rennen omdat de berijder van het moment -Emotie of Denken- de ander voor wil blijven. Het hoeft niet naar links of naar rechts omdat iemand anders dat wil, het paard mag gewoon paard zijn.

Zo had ik -jaren geleden alweer- een gesprek met een Kungfu-meester. Hij had geen leerlingen, wilde die ook niet, maar wilde mij wel wat helpen met de vragen waar ik mee zat op het gebied van mijn interne training: ik wilde graag beter worden (‘willen’ is Emotie) in mijn interne oefening, en had al van alles gelezen aan oude teksten (‘studie’ is Denken). Eén van de zaken die ik tegenkwam was de kwestie van het celibaat: voor het behoud van je energie zou je je moeten onthouden van seks. Hij keek mij geschokt aan: hoe ik aan die onzin kwam? Dat was iets van religie, niet van interne training! Gewoon normaal doen was goed genoeg vond hij (en aan zijn interne kwaliteit viel in ieder geval niet te twijfelen). Het paard moet grazen maar nooit meer eten dan hij op kan, en niet grazen omdat Denken vindt dat het nu etenstijd is en dat een portie zus en zo groot moet zijn, of grazen omdat dat voor Emotie zo goed oogt voor de vrienden waar hij bij wil horen. Een paard eet omdat het honger heeft, rent omdat het ergens naartoe of juist vandaan moet en rust als er niks is om te moeten. Hetzelfde gold volgens hem voor seks.

In feite leerde hij mij de kern van het Daoisme: eten als je honger hebt, slapen als je moe bent. Voelen wie je bent.

De Ghostbuster

“Maar hoe doe je dat dan?” is een veelgehoorde vraag. Eigenlijk is het antwoord hierop heel simpel, en bestaat het uit twee stappen. Eén: je moet het daadwerkelijk willen. ‘Willen’ is een makkelijk gebruikt woord en zwaar in waarde gedevalueerd; hoe vaak hoor ik niet van iemand dat hij/zij echt Tai Chi wil leren, om dan, als ik een keer daarna vraag of er thuis een uurtje per dag is geoefend, aangekeken te worden alsof ik gek ben… Het woord ‘willen’ wordt erg goedkoop gebruikt. 

Mijn moeder zei altijd ‘niet kunnen is niet willen’ en oh jee wat had ik daar een berg bezwaren tegen, hoe durfde ze dat zeggen! Maar inmiddels weet ik dat ze gelijk heeft: wat onmogelijk is dat kan gewoon niet maar daarbuiten zijn zelfs onbereikbare dingen bereikbaar, zolang je maar bereid bent om de prijs ervoor te betalen. Prins Gautama wilde verlichting en verliet daar zijn gezin en harem en zijn prins-zijn voor om later de Boeddha te worden. Wil je iets zó graag? Of toch een beetje minder? Hoeveel minder dan?

Dit is het ‘willen’ waar ik het over heb. Als je door nauwgezet je interne training te doen je qi goed hebt opgebouwd en je jezelf bekwaamd hebt in wat ‘voelen’ is, dan wordt je wil sterk. En het is die wil die maakt dat Emotie -de keizer- van het paard wordt gesodemieterd en dat de macht daar komt waar die thuishoort. Bij Voelen.

Advertenties

Intern en zo

Hoewel iedere mens in de kern energetisch van aard is, is dat altijd nog heel iets anders dan energetisch zijn. Je kunt dat vergelijken met een electrisch apparaat: het feit dat het op stroom werkt wil nog niet zeggen het ding elektrisch is, als het goed is krijg je geen optater als je het aanraakt.

Eén van de functies van qi die je niet zult leren in het rijtje ‘functies van qi’ als je bijvoorbeeld acupunctuur studeert is: qi maakt ‘vol’, het vult de meridianen en daardoor ook de mens die uit die meridianen bestaat. Dat is waarom wij rechtop kunnen blijven staan, wat ons lichaam omhoog houdt; maar het is ook de reden waarom we ‘dik’ zijn, massa hebben. En hoe meer qi hoe voller de mens, hoe meer rechtop.
In die zin kunnen we onszelf dus vergelijken met een half-lege ballon die, door oefeningen zoals qigong, geleidelijk wordt opgeblazen en wordt gevuld met lucht: hoewel de ballon aanvankelijk slapjes was en losjes is ze nu hard, vol en rond. 
Eenmaal vol van qi zijn we dus te vergelijken met een bal; maar dat is nog niet wat we ‘intern zijn’ mogen noemen.
Door aanvullende oefening kunnen we onszelf daadwerkelijk gewaarworden alsof we een bal zijn, rond van vorm. En vanaf een bepaald punt zal onze training lonen, en merken we dat we gevuld zijn met ‘iets’. Dat iets, qi, kunnen we weliswaar niet rechtstreeks voelen maar we nemen de warmte waar die het genereert, we voelen het bloed stromen dat erdoor bewogen wordt, we ervaren hoe we ‘opgeblazen’ worden. We zijn nu dus als het ware een bal met een binnenkant, zeg maar een sinaasappel. Echter, ook dat is nog niet wat we ‘intern zijn’ mogen noemen.
Intern zijn begint op het moment dat onze waarneming omdraait. Aanvankelijk hadden we de ervaring dat we een bal met een binnenkant waren, maar nu voelen we plotseling hoe we die binnenkant zijn met een schil eromheen. Dát is ‘intern zijn’, intern Zijn.
De vraag is hoe je daar komt.
In mijn School van de Kraanvogel differentiëren we vier levels. Hoewel het wel zo gepresenteerd, onderwezen en bestudeerd wordt is het niet een structurele opeenvolging in de zin van ‘de één komt na de ander’; voor een deel is dat weliswaar wel degelijk zo, maar er kunnen spontane ervaringen en inzichten optreden die met een ander level te maken hebben dan waar je hoofdzakelijk zit.
Level I: ‘constructie’
Als Tai Chi-school zijn wij een krijgskunstschool. De één zoekt voornamelijk voor zijn of haar gezondheid te ‘vechten’, voor de ander is het een spirituele krijgskunst met het ego als voornaamste tegenstander, voor weer een ander is het een feitelijke vechtkunst; en dan zijn er natuurlijk ook nog die mensen die het gewoon leuk vinden en fijn vinden voelen om op Tai Chi-manier te leren bewegen.
Wat al deze invalshoeken met elkaar gemeen hebben is dat ze fysiek zijn, en om optimaal en efficiënt fysiek te leren bewegen werkt Tai Chi met allerlei regeltjes. ‘De rug moet recht zijn’, ‘ontspan’, ‘houd de nek gestrekt alsof je met je hoofd aan een vleeshaak hangt’, dat soort regeltjes. 
Uiteraard kun je prima bewegen zónder die regeltjes in acht te nemen maar voor ons zijn ze belangrijk, omdat ze enerzijds het lichaam uitlijnen en anderzijds voldoende spanning wegnemen, ‘stagnaties opheffen’, om een vrije circulatie van qi mogelijk te maken.
We kunnen dan ook stellen dat het beheersen van constructie via externe principes (lees mijn boek ‘De Externe Principes van Tai Chi‘, inmiddels verkrijgbaar als PDF) een belangrijke voorwaarde-scheppende fysieke vaardigheid is voor interne training.

Level II: ‘lineaire gewaarwording’
Dit level kennen de meeste mensen die een tijdje qigong geoefend hebben, of die een 
acupunctuurbehandeling hebben ondergaan: de eerste ervaring dat je qi begint te voelen. Natuurlijk voel je niet de qi, qi kun je niet rechtstreeks voelen. Maar je voelt wel de gevolgen van qi, de doorstroming die vaak met een warm en ietwat statisch gevoel gepaard kan gaan; de eerste ervaringen zijn meestal in de handen en onderarmen. Afhankelijk van wat je oefent kan het traject van sommige meridianen vervolgens voelbaar worden; meestal begint het met de Long-meridiaan, en vandaar dat we dit de lineaire fase noemen.
Level III: theorie
Wie echt wil groeien zal daaraan moeten werken. In ons geval betekent het dat we, na onze lineaire energetische ervaring, nieuwsgierig worden na wat het nu eigenlijk is wat we voelen, hoe dat werkt, hoe het door ons lichaam loopt, enzovoorts. We ontkomen nu niet aan theoretische studie. 

In het oude China hoefde je daar niet apart voor te gaan studeren omdat je de bijbehorende kennis vaak tijdens je training al meegekregen had; immers, je was al op zesjarige leeftijd begonnen met trainen en met het uit je hoofd leren van versjes, die nu ineens bijvoorbeeld het meridiaanverloop blijken uit te leggen of de exacte lokatie en functie van specifieke acupunctuurpunten. Wij zitten echter op meer dan één manier niet in het oude China en moeten deze kennis verwerven door bijvoorbeeld traditionele Chinese medicijnen (TCM), zoals acupunctuur, te gaan leren. Blijf jezelf daarbij wel bewust van het feit dat TCM gemoderniseerd is en daardoor op sommige punten tekort schiet in haar visie op energetica.
Level IV: ‘spherische gewaarwording’
Eén van de theoretische ‘inzichten’ waar je zo snel mogelijk weer vanaf moet is het idee dat er twaalf orgaanmeridianen zijn: in feite is er slechts eentje (er zijn nog een aantal andere meridiaansystemen maar ik wil het verhaal nu even duidelijk houden). De is heel lang, loopt door ons hele lichaam en stemt zijn frequentie af op de lokatie waar hij op dat moment passeert. 
We moeten vanaf dit punt een beetje Zen-achtig te werk gaan want we moeten accepteren dat deze ene meridiaan niet alleen als een soort van energetische fietsband door het hele lichaam loopt, we moeten tegelijkertijd accepteren dat hij dat doet in zes lagen die over elkaar heen liggen.
Vervolgens moeten we ophouden -maar door de ervaringen vanuit onze training ligt dat op dit niveau al voor de hand- met meridianen als ‘lijntjes door het lichaam’ te visualiseren. Een meridiaan is niet meer dan de naam voor het lineiaire verplaaten van qi door het lichaam, en beter is het om een vergelijking te maken met radiofrequenties en bandbreedtes: qi is een frequentie die meer of minder bandbreedte in beslag kan nemen. Net als bij een radio kun je meer of minder precies op het zendstation afstemmen en het komt vaak voor dat de stations te dicht bij elkaar liggen en dat de zenders door elkaar lopen.
Nu noemde ik al eerder als functie van qi dat het ‘vol maakt’. Als een qi-frequentie overloopt omdat ze ‘vol’ is, èn qi circuleert in zes lagen over elkaar heen, dan is het onvermijdelijk dat het overlopen uit de ene laag en het overlopen uit de andere laag door elkaar gaat lopen. Dit proces wordt ‘transformatie’ genoemd en resulteert in een meridiaan-overloop die het hele lichaam vult en doet pulseren: er ontstaat een dynamo-effect waarbij de stroom, die door de spiralerende koperdraad loopt, een veld gaat vormen.
Als je dit hebt bereikt, of eerder: geopend in jezelf, dan zul je merken dat qi niet alleen lineair meer door het lichaam stroomt maar ook als een pulserend veld kan werken. Dit is de manier waarop alle kunsten die qi toepassen, waaronder zeker ook Tai Chi, ermee werken.
Er zijn diverse manieren om dit vierde level verder uit te werken. De manier waarop dit gebeurt is afhankelijk van de discipline waar je het binnen wil toepassen, maar in alle gevallen betreft het methodes om het spherische intact te houden terwijl je het comprimeert in het lineaire.
Het is een lang verhaal geworden en zelf kan ik ook niet alles, maar dit is hoe intern worden werkt. Doe er je voordeel mee.
Getagged , , , , ,

Over Daoïsme

Wat is Daoïsme?
In de School van de Kraanvogel is één van de belangrijkste qigong-oefenvormen Wudang Qigong Shibafa, ‘Achttien Methodes Wudang Qigong’, kortweg Wudang Qigong. De band tussen Wudang Qigong en het Daoïsme noodzaakt ons om ons te verdiepen in het Daoïsme, en er zijn twee manieren om dat te doen.
De eerste manier bestaat daaruit dat we de Dao, de Weg, zichzelf laten onthullen. De meesten van ons zullen kennis over het Daoïsme echter tegenkomen via de tweede weg, die inhoudt dat anderen ons erover vertellen. In dat geval nemen we feitelijk niet zozeer kennis van het Daoïsme maar eerder van de visie, en het begripsniveau, van het individu dat zijn persoonlijke perceptie van de Dao met ons deelt.
Dit leidt ons naar drie niveaus waarop het Daoïsme begrepen kan worden.
Op het eerste niveau baseren we ons begrip volledig op de geschriften van bijvoorbeeld reizigers die het Daoïsme aan den lijve menen te hebben ondervonden. Als we hun beschrijvingen lezen zou je het idee kunnen krijgen dat het Daoïsme een soort van bijgeloof is vol tempeltjes en met honderden, zo niet duizenden meer en minder belangrijke goden, godheidjes en geesten, en met alchemisten, talismannen en velerlei magische wegen om te trachten heden en toekomst te beïnvloeden.
Het tweede niveau kunnen we verwerven door werken te lezen zoals bijvoorbeeld Kristofer Schipper’s ‘Tao: de levende religie van China’. We zouden dan al te gemakkelijk, maar onterecht, gaan geloven dat het Daoïsme een gecompliceerde maar goed georganiseerde religie is -met haar eigen cosmologie en vol van velerlei soorten rituelen- die wordt uitgeoefend via een kerkachtige organisatie.
Om de verwarring te vergroten is er nog een derde, meer mystiek, niveau om het Daoïsme te begrijpen en wat we beschreven vinden in werken zoals de daodejing en de zhuangzi: het Daoïsme van de ‘eeuwige Weg die niet in woorden beschreven kan worden’, en ‘de Dao kan niet worden uitgedrukt in woorden want als je dat doet is het de Dao niet meer’.
Het Daoïsme heeft dus vele gezichten. In de ogen van sommigen is het een bijgeloof van mensen die goden en geesten smeken om welvaart en gezondheid, en die talismannen en magische incantaties gebruiken om hun lot te beïnvloeden. In de ogen van anderen is het een religie streep filosofie streep metafysisch begrip van, en inzicht in, de Weg, de Dao.
Nu luidt de eerste zin van de daodejing, het oudste en beroemdste boek over Daoïsme dat 2500 jaar geleden werd geschreven door Laozi: “de Dao die kan worden benoemd is niet de eeuwige Dao”.
Graag wil ik je op basis van deze openingszin een gedachte meegeven over hoe het Daoïsme werkt, en wat deze zin feitelijk betekent.
We nemen water als voorbeeld.
Water heeft drie duidelijk identificeerbare en fysiek van elkaar te onderscheiden ‘staten van zijn’: ijs, water, en stoom. Eén van de karakteristieken van de substantie ‘water’ is dat het ijs zal blijven tot de temperatuur stijgt tot nul graden Celcius; daar wordt het vloeibaar water. En zoals we allemaal weten verandert water onmiddellijk in stoom bij honderd graden Celcius. Deze drie aspecten van water zijn duidelijk door ons vast te stellen, we kunnen ze onderscheiden, het zijn feitelijke ‘dingen’, feitelijke materie die we in onze handen kunnen nemen (doe dit alsjeblieft niet met de stoom), we kunnen ze zogezegd naast elkaar op tafel leggen; ze zijn solide, ze ‘bestaan’.
Echter, er is geen enkele staat van water mogelijk zonder temperatuur; dus blijkbaar is temperatuur één van de vele aspecten van water hoewel wij, in ons ‘wetenschappelijke’ maar blind-met-één-oog-onderwijs, enkel onderwijs krijgen over de H2O-moleculen en dergelijke, de ‘vaste’ dingen. Ons wordt nooit onderwezen om temperatuur als een valide en onafscheidelijk aspect van water te zien.
Desalniettemin is het dit temperatuur-aspect dat maakt dat water kan veranderen van de ene in de andere staat (overigens: samen met de factoren ‘druk’ en ‘tijd’, maar ik wil het niet moeilijker maken dan het al is). En een karakteristiek van temperatuur is dat die altijd geleidelijk kan en moet veranderen.
Hier hebben we dus een zichtbare en een onzichtbare perceptie van water: in de zichtbare, fysieke en uiterlijke visie is water gebonden aan natuurwetten waardoor het relatief abrupt wijzigt van de ene staat in de andere: er is geen geleidelijke overgang van ijs naar water, we hebben het ene moment ijs en het andere moment vloeibaar water; we hebben het ene moment vloeibaar water en plotseling hebben we stoom.
Aan de andere kant is er het onzichtbare, ongrijpbare en niet-fysieke begrip van water, het aspect dat we onderscheiden als ‘temperatuur’. En zodra we water vanuit deze invalshoek bezien bestaan er alleen máár geleidelijke overgangen. Temperatuur stijgt van min naar plus op een constante en geleidelijke wijze; dat kan sneller of langzamer geschieden, maar de verandering verloopt altijd gladjes. Er zijn geen plotselinge veranderingen in temperatuur, het is nooit het ene moment nul en het andere moment plotseling honderd graden: er zit altijd een -sneller of trager verlopend- geleidelijk verlopend groeiproces van honderd graden temperatuurstijging tussen.
Dit staat dus in scherp contrast tot de fysieke manifestatie van temperatuur -in dit geval dus water- die gebonden is aan specifieke natuurwetten, en die bepalen dat de vaste materie niet op geleidelijke wijze kan transformeren: er is of ijs of water, nooit iets er tussenin.
Hoe relateert deze watervergelijking nu aan het Daoïsme?
Daarvoor moeten we even terugkeren  naar die eerste zin uit de daodejing: “de Dao die kan worden benoemd is niet de eeuwige Dao”. Blijkbaar waren er dus mensen die claimden dat de Dao wèl benoemd kan worden; maar vervolgens spraken ze over water in de vorm van ijs, in de vorm van vloeibaar water of in de vorm van stoom; ze spraken over water als één van deze drie grijpbare, objectiveerbare en duidelijk van elkaar te onderscheiden kwaliteiten.
Maar nee, zegt de daodejing, dat is niet de eeuwige Dao. Door enkel te kijken naar de grijpbare staten van water zie je de temperatuur haar werk niet doen, je mist de kracht die de verandering veroorzaakt en mogelijk maakt. Je mist hoe water niet iets vasts is in drie verschillende vormen, dat het in werkelijkheid voortdurend van de ene in de andere zijnsvorm verandert op een geleidelijke manier. Je mist het zien van de beweging van water doorheen de tijd, je mist het zien van de tijd zelf. Je mist het eeuwige en bent blind voor het feit dat het vaste altijd wijzigt door toedoen van de geleidelijke aspecten die aan onze aandacht ontsnappen.
Dit is een uitleg van de Dao in woorden; het kan dus niet de juiste zijn. Onderzoek zelf.
Getagged ,

De Vier Aspecten van een interne kunst

(bewerkte repost van 8 juni 2009)

In ons lichaam hebben we te maken met drie ‘kwaliteiten’ van qi: jing, qi en yuan-qi.

Yuan-qi krijg je, samen met/als onderdeel van jing, mee met je geboorte; je kunt er niet meer of minder van maken en het valt in die zin te vergelijken met het voltage van ons stroomnetwerk: of je er nou veel of weinig stekkers in steekt en veel of weinig verbruikt, het gaat áltijd om 220 Volt. Yuan-qi zetelt in Mingmen en instigeert alle activiteit waar nodig.

Qi maken we op diverse manieren aan. Het merendeel halen we uit voeding en lucht.
Het is dus in ons voordeel als ons totale ademhalingsproces op orde is en we zo zuiver mogelijke lucht inademen, en dat onze voeding niet alleen qi-rijk is maar ook dusdanig wordt aangeleverd (niet te koud, niet te moeilijk verteerbaar) dat de Maag geen moeite heeft met het verwerken ervan (want dat kóst weer qi, net als tanken met de motor aan).

Jing is meer problematisch. Het is onze basisenergie en als het goed is hebben we een prettige dosis jing meegekregen bij onze geboorte, ‘enough to last a lifetime‘. We noemen dit de jing van vóór de Hemel.
Jing is te vergelijken met het water in een accu: met minder water doet de accu het misschien nog, maar wel steeds moeizamer en moeizamer… tot de accu droogstaat en stopt met werken.

Langzaamaan wordt er van deze jing opgebruikt, bijvoorbeeld om de eerder genoemde yuan-qi te genereren maar vooral ook door gewoon te leven; en als uiteindelijk de jing op is gaan we dood. Je zou jing dus kunnen beschouwen als een uitermate hoogwaardige vorm van qi, en voor Tai Chi-mensen is het juist de jing waar uit getapt wordt bij het genereren van de diverse jing’s (ander woordje ‘jing‘), zoals peng jing en fa jing.

Aangezien jing de basisgrondstof is kan dat tappen niet oneindig voortgaan en het is dus zaak om het verbruiksproces zoveel mogelijk te vertragen.

Dit vertragen doen we door een combinatie van (a) de opbouw van qi via voedsel en lucht, en (b) door nieuwe jing -we noemen die ‘de jing van ná de Hemel’- aan te maken. Nieuwe jing maak je namelijk aan uit de qi die je aan het einde van de dag overhoudt, net als geld dat je (bij mij is dit hypothetisch) aan het einde van de maand overhoudt en op je spaarrekening zet.

Dit maakt de balans van je dagverdeling tussen activiteit en rust weer uitermate belangrijk: tijdens activiteit verbruik je yang-qi die uiteraard deels weer wordt aangevuld door te eten en te ademen (en dan weer opnieuw verbruiken) maar die zich vooral tijdens een yin-periode weer aan kan zuiveren. En de optimale yin-periode is ‘s-nachts, wanneer je slaapt.

Idealiter slaap je dus wanneer het donker is: in de winter meer dan in de zomer. De maatschappij van tegenwoordig maakt dit uiteraard nagenoeg onmogelijk en ongewenst, en onder andere daardoor komt het dan ook dat de mensen van tegenwoordig energetisch zwak zijn.

Maar waar het op neerkomt is het volgende: om onze jing op peil te houden (en onsterfelijk te worden, of in ieder geval de Tai Chi-krachten te begrijpen) is het zaak om zoveel mogelijk yin-periode te creëren.

Daarom zie je dat interne kunsten (welke dan ook: Tai Chi, geneeskunst, kalligrafie…) zijn onder te verdelen in vier subdisciplines, als volgt af te beelden:                       

——————————————————————————————————————–

1. Zittende Meditatie
Doel van deze zittende meditatie is yi-qi, ‘één qi’. Door in kleermakerszit te gaan zitten komt ons huiyin-punt zo dicht mogelijk bij het centrum van alle yin, de aarde. We proberen ons lichaam tot een soort geleider van de neerwaarts stromende yinqi te maken WANT “yin houdt yang vast”. Op deze wijze brengen we de qi in ons lichaam tot rust, we kalmeren de interne wilde golven en woekeringen van fysieke en mentale beweging tot we, als het ware, ‘een meer van qi’ in ons lichaam hebben gecreëerd.

Dat meer bestaat uit ‘geen gedachten’. Elke gebeurtenis rondom ons wordt als het ware een steentje dat in het meer wordt gegooid en het is ons streven om niet naar de gooier te zoeken –de oorzaak van, of reden voor die gebeurtenis of het uitdenken van een gedachte- maar het steentje te accepteren, de golvingen die het teweegbrengt rustig te dempen en opnieuw het meer tot stilte te brengen. Er is geen sprake meer van ‘qi in de armen’, ‘qi in het hoofd’, ‘qi in het dantian’ enzovoorts, en er is al helemaal geen wereld meer buiten ons: er is alleen nog maar ‘één qi’.

 2. De Manifestatie van Yin en Yang
Dit tweede symbool staat voor het proces dat we ‘dalend yin maakt stijgend yang‘ noemen. We gebruiken hier het zogenaamde zhanzhuang, het ‘paal-staan’. In feite zijn we nog steeds bezig met ‘zitten’, met het intact houden van yi qi, maar door dit staand te doen (hoe lager en zwaarder, hoe beter en hoe meer resultaat) herkennen we een door de zwaartekracht geïnstigeerde, voortdurend neerwaarts stromende voelbare ontspanning; het proces van zo bezig zijn staat bekend als ‘zinken’, en de voortdurend neerwaarts stromende en voelbare ontspanning is yin-qi.
Ervan uitgaande dat we, middels onze zittende meditatie, de innerlijke stilte van yi qi voldoende in stand weten te houden kunnen we onszelf nu al staande richten op het intern registreren van hoe -terwijl we de yin voelen dalen- de yang-qi volledig uit zichzelf wil stijgen. Vandaar dat we zeggen ‘dalend yin maakt stijgend yang‘.

Als er zó’n sterke yin is dat de yang onze armen ‘als vanzelf’ omhoog beweegt en als het ware uitvult (en dat het yang is en niet een spierenkwestie voel je aan bepaalde, specifiek te benoemen factoren) kom je bij de derde subdiscipline:

 3. Qigong
Qigong kenmerkt zich door de vele bewegingsvariëteiten. Doel van de vele qigong-stijlen is geenszins om qi óp te bouwen, dat zou maar een beperkt resultaat opleveren omdat je tegelijkertijd aan het bewegen bent, en aan het concentreren op je ademhaling bijvoorbeeld (een vorm van ‘denken’ dus).
Het is zaak om gedurende alle bewegingen in het yi qi-aspect van innerlijke rust en onverstoorbaarheid te blijven en het ‘dalend yin, stijgend yang‘ intact te houden; op deze wijze kunnen we het dantian vullen en uiteindelijk, als gevolg van een bovenmatige compressie van het dantian,  onze qi  expanderen (wat expansie is een gevolg van overcompressie’) en zo ons energetisch veld genereren.

 4. Kung Fu, Tai Chi, geneeskunst of andere qi-disciplines
Hier hoef ik niet zoveel over uit te leggen, want dit is normaalgesproken je ingang tot deze vier aspecten al zal het uiteindelijk toch de laatste stap in je vaardigheden worden: hier leer je over compressie en expansie van je qi, en ben je bezig met interactiviteit tussen je binnenwereld met je buitenwereld.

Getagged , , ,