Filmpje: Chen-stijl Yi Lu

Na bijna anderhalf jaar geblesseerd geweest te zijn aan mijn rug mis ik nog wat power, maar in ieder geval kan ik weer oefenen. Met dank aan Armand van Middendorp voor de opname en aan Peter en Suze voor gebruik van de oefenruimte van ‘t Syndicaat.

ik

Getagged , , ,

There’s one to rule them all

Wij worden beheersd en gecontroleerd door vier ‘spoken’. De eerste heet Denken, de tweede Emoties, de derde heet Voelen en de vierde is Lichaam.

Het eerste spook

Denken maakt dat we overrationaliseren. We zijn vergeten dat het slechts een gereedschap dient te zijn, en in de huidige maatschappij wordt teveel getheoretiseerd en te weinig empirisch gehandeld. Zelfs onze wetenschap, die moderne religie, gaat uit van het bewijzen van een theorie in plaats van kijken naar wat er gebeurt. Stel dat de Aarde een tik krijgt en daardoor een uur sneller gaat draaien per dag, dan is de wetenschap in staat om te zeggen dat de Aarde verkeerd draait want op het machientje dat ‘horloge’ heet valt de meting ineens anders uit: een theorie -tijdsmeting- is tot een waarheid gemaakt die boven de feitelijke waarheid uitstijgt.

Vroeger, toen ik een ventje van een jaar of vijftien, zestien was nam meneer Tan, mijn Tit Khun-leraar, me een keer apart. Ik was gefrustreerd aan het raken door de -in mijn ogen- geringe vooruitgang die ik boekte in mijn oefening en dat was hem blijkbaar opgevallen. “Je denkt teveel” adviseerde hij, maar merkte tegelijkertijd dat ik daar niet zoveel mee kon. Dus begon hij opnieuw, ditmaal vanuit een andere invalshoek. 

Nu was in die tijd Discovery Channel net nieuw op de tv (zo lang is dit alweer geleden) en nog voornamelijk gevuld met natuurfilms, iets wat ook tijdens de training regelmatig ter sprake kwam. Wij, leerlingen, waren erg onder de indruk van de macht, pracht en kracht van de dieren die getoond werden, en hadden het er vaak over. 

“Weet jij”, vroeg meneer Tan, “hoe een tijger zijn prooi vangt?” Dat wist ik wel, en ik vertelde hoe een tijger zijn klauwen om zijn prooi sloeg en vervolgens de coup de grace uitdeelde met zijn tanden. Want dat had ik op tv gezien. “Hoe kan hij dat dan?” Vroeg meneer Tan, semi-onnozel. Ik antwoordde dat de klauwen van een tijger net waren als die van een kat, met nagels die er uit konden schieten als hij ze nodig had.

“Oh” zei meneer Tan, en hij frunnikte nadenkend aan zijn kin. “En als die tijger gewoon over de rotsen loopt, wat doet hij dán met die nagels?”

“Dan trekt hij ze in”.

“Precies!” Meneer Tan priemde triomfantelijk met zijn wijsvinger naar mijn neus. “Jij bent net als een tijger die rondloopt met voortdurend zijn nagels uit. Als een tijger dat te vaak doet slijten die nagels en kan hij zijn eten niet meer vangen”. Hij legde uit: “Denken is net zoiets: je moet het gebruiken als je het nodig hebt. Wanneer je het níet nodig hebt, laat het dan voor wat het is, maak het niet te belangrijk. Het is maar een gereedschap”.

Het zou zeker twintig jaar duren voor ik doorhad wat hij bedoelde maar het was, en is nog steeds, een wijze les: je bent je denken niet, het is maar een gereedschap. Laat het de boel niet overstemmen

Het tweede spook

Ergens ver in het verleden, misschien al sinds de tijd van Abélard en Héloïse, zijn wij begonnen met het idealiseren van emoties. Het is zelfs tot hoogste cultuur verheven om Emotie het meest en het vaakst de baas te laten zijn over de drie andere spoken. Als je tv kijkt gaat het alleen maar over emotiegerelateerde zaken: je hoort er niet bij (emotie) als je niet dit of dat flauwekulprodukt koopt, oh kijk toch eens hoe die beroemdheid verliefd is (emotie) op die andere, stem op mij want als je op die ander stemt dan ben je geen oké persoon (emotie), kijk eens hoe zielig (emotie) de mensjes zijn in deze documentaire … Ik heb dus geen tv meer want het gaat werkelijk nergens over, er wordt alleen maar ingespeeld op Emotie. 

Als je ergens rationeel op reageert dan klopt er blijkbaar iets niet aan je: blijkbaar is zelfs het Denken-spook ondergeschikt gemaakt aan Emotie. Je moet en zult emotioneel zijn. En als je hoort zeggen “denk toch eens na, je weet toch dat je het anders moet doen?” Dan wordt er niet bedoeld dat je daadwerkelijk na moet gaan denken: nee, het is een inspelen op de emotie van een schouderklopje willen krijgen van de spreker. Meer niet. Onze wereld is stuk omdat wij emotie de baas hebben laten worden met lieden rondom ons die daar -of het de wereld nou schaadt of niet- handig gebruik van maken. Door te zèggen dat we na moeten denken (maar zonder dat te hard te menen).

Het derde spook

Als Emotie de keizer is met al zijn pracht en praal en zijn ‘als je niet doet of je me leuk vindt hak ik je hoofd af’ dan is Denken zijn eerste minister, en Voelen ‘het volk’: ondergewaardeerd door de elite, ge- danwel misbruikt wanneer en hoe het uitkomt. Dit voelen is geen otioneel voelen’, het is het soort voelen dat je pas gewaar kunt worden na jaren intensieve training: de interne training van Kungfu.

Voelen wordt ons niet aangeleerd vanuit onze cultuur, en al evenmin vanuit onze scholing. Mócht je zo gelukkig zijn dat je spontaan op deze vaardigheid stuit bij jezelf krijg je al snel de hele wereld over je heen: ‘je denkt niet na’ of ‘je bent niet gezellig’.

Interne training daarentegen gaat júist over dit voelen, dit waarnemen, dit alomtegenwoordig in je lichaam aanwezig zijn. Het gaat júist over niet nadenken en niet bezig hoeven zijn met wat anderen van je denken of willen.

Veel moderne mindfulness-achtige cursussen (raar woord trouwens… had dat niet mind-emptiness moeten zijn?) die zich baseren op oude tradities halen als doel ‘gelukkig zijn’ uit die oude tradities. Laat je niet gek maken: zolang Emotie de baas is zul je nóóit gelukkig zijn want er is altijd wel iemand die meer heeft, mooier heeft, jou niet aardig genoeg vindt enzovoorts. De tradities waar uit geput wordt waren helemaal niet bezig met verzadigd zijn of met emotionele voldoening, ze waren bezig met voelen. Met bewustzijn, bewust zijn

Het vierde spook 

Het lichaam is in feite het paard van of voor de drie andere spoken. Bij ongetrainde mensen zie je hoe Emotie op het paard zit met Denken er vlak voor lopend, met de hand aan de teugel. De één is de toegang tot de ander: je praat er rationeel tegen en krijgt een emotioneel antwoord; je geeft uitleg aan de leerling hoe hij/zij iets beter kan doen en je krijgt een uitgebreid antwoord waarin de leerling zichzelf verdedigt alsof je een persoonlijke aanval hebt gepleegd.

Bij uitermate goed geoefende mensen zit juist Voelen in het zadel. Deze mensen worden niet verstoord door emotioneel gekrakeel of door te ver of diep over iets nadenken. Als Voelen in het zadel zit hoeft het paard niet te rennen omdat de berijder van het moment -Emotie of Denken- de ander voor wil blijven. Het hoeft niet naar links of naar rechts omdat iemand anders dat wil, het paard mag gewoon paard zijn.

Zo had ik -jaren geleden alweer- een gesprek met een Kungfu-meester. Hij had geen leerlingen, wilde die ook niet, maar wilde mij wel wat helpen met de vragen waar ik mee zat op het gebied van mijn interne training: ik wilde graag beter worden (‘willen’ is Emotie) in mijn interne oefening, en had al van alles gelezen aan oude teksten (‘studie’ is Denken). Eén van de zaken die ik tegenkwam was de kwestie van het celibaat: voor het behoud van je energie zou je je moeten onthouden van seks. Hij keek mij geschokt aan: hoe ik aan die onzin kwam? Dat was iets van religie, niet van interne training! Gewoon normaal doen was goed genoeg vond hij (en aan zijn interne kwaliteit viel in ieder geval niet te twijfelen). Het paard moet grazen maar nooit meer eten dan hij op kan, en niet grazen omdat Denken vindt dat het nu etenstijd is en dat een portie zus en zo groot moet zijn, of grazen omdat dat voor Emotie zo goed oogt voor de vrienden waar hij bij wil horen. Een paard eet omdat het honger heeft, rent omdat het ergens naartoe of juist vandaan moet en rust als er niks is om te moeten. Hetzelfde gold volgens hem voor seks.

In feite leerde hij mij de kern van het Daoisme: eten als je honger hebt, slapen als je moe bent. Voelen wie je bent.

De Ghostbuster

“Maar hoe doe je dat dan?” is een veelgehoorde vraag. Eigenlijk is het antwoord hierop heel simpel, en bestaat het uit twee stappen. Eén: je moet het daadwerkelijk willen. ‘Willen’ is een makkelijk gebruikt woord en zwaar in waarde gedevalueerd; hoe vaak hoor ik niet van iemand dat hij/zij echt Tai Chi wil leren, om dan, als ik een keer daarna vraag of er thuis een uurtje per dag is geoefend, aangekeken te worden alsof ik gek ben… Het woord ‘willen’ wordt erg goedkoop gebruikt. 

Mijn moeder zei altijd ‘niet kunnen is niet willen’ en oh jee wat had ik daar een berg bezwaren tegen, hoe durfde ze dat zeggen! Maar inmiddels weet ik dat ze gelijk heeft: wat onmogelijk is dat kan gewoon niet maar daarbuiten zijn zelfs onbereikbare dingen bereikbaar, zolang je maar bereid bent om de prijs ervoor te betalen. Prins Gautama wilde verlichting en verliet daar zijn gezin en harem en zijn prins-zijn voor om later de Boeddha te worden. Wil je iets zó graag? Of toch een beetje minder? Hoeveel minder dan?

Dit is het ‘willen’ waar ik het over heb. Als je door nauwgezet je interne training te doen je qi goed hebt opgebouwd en je jezelf bekwaamd hebt in wat ‘voelen’ is, dan wordt je wil sterk. En het is die wil die maakt dat Emotie -de keizer- van het paard wordt gesodemieterd en dat de macht daar komt waar die thuishoort. Bij Voelen.

Tai Chi en de seizoenen

In de afgelopen week kwam ik een artikeltje tegen dat getiteld was “Koud begin van de lente“. Het begint met de zin “De lente begint koud”, onderwijst ons vervolgens wanneer de lente begint en vertelt daarna dat het weer nat en koud is. Hoewel het niet met woorden gezegd wordt is er dus blijkbaar een idee verbonden aan het concept ‘lente’ waarin lente een periode is waarin het warmer en droger had moeten te zijn.

Ik vind dit een erg merkwaardig artikeltje.

De natuur op onze aarde bestaat in golven, variërend van kouder naar warmer en weer omgekeerd. Die golfbeweging is afhankelijk van een groot aantal factoren zoals, bij wijze van voorbeeld, de stand van de aarde ten opzichte van de zon. Hoe gróót die temperatuurvariaties zijn en of het natter of droger is, is bovendien ook nog eens afhankelijk van een complex aan diverse mileutechnische en klimatologische omstandigheden, deels eigen aan de aarde (zoals bijvoorbeeld de invloed van El Niño, van de vervuilende vulkaanuitbarstingen en eens in de zoveel duizend jaar van de wisseling van de magnetische polen) en tegenwoordig deels veroorzaakt door de mens.

Maar dat golfbewegingsproces is geen constante, en is dat ook nooit geweest; in de loop van tienduizenden jaren zijn er diverse ijstijden geweest, de aarde is tropisch geweest, enzovoorts. Er zit geen regelmaat  in.

Echter, op een gegeven moment kwam het meest gevaarlijke roofdier ooit op aarde: de venator intelligens, ‘de intelligente jager’. Wij. We leerden dat het onderscheid tussen dag en nacht belangrijk is want sommige dieren vang je beter ‘s nachts, andere makkelijker overdag. Later gingen we het land bebouwen en daar leerden we van dat er periodes zijn om te zaaien en periodes om te oogsten. En zo groeiden we, in de loop van vele tienduizenden jaren, naar een tijdsindeling toe. 

Waar dit aanvankelijk alleen maar positief uitpakte omdat we luisterden naar -gevoelig waren voor- de golfbeweging van de natuur begon de ellende toen we dit soort observaties gingen overdragen via schrift. Vanaf dat punt worden het wetmatigheden, neergeschreven ‘als het zus voelt is het tijd voor zo’-observaties werden opgelegde ‘op deze dag van die maand moet je dit doen’-regels. We gingen onszelf steeds meer overgeven aan de beschreven wetmatigheid en steeds minder voelen en waarnemen wat er daadwerkelijk gebeurde. 

De stap die hierop volgde is de stap waar wij middenin zitten: we legden de beschreven wetmatigheid vast in benoemde eenheden – de seizoenen, weken, dagen, uren, minuten. En we zijn totaal ongevoelig geworden voor wat die wetmatigheid in feite was, en is: een poging tot vastleggen van een onregelmatige golfbeweging in de natuur.

Terugkerend naar waar dit verhaal mee begon ga ik nu keihard zeggen: de lente is helemaal niet koud begonnen. Hooguit is onze beschrijving van de golfbeweging van de natuur niet toereikend. We zouden er beter aan doen om het idiote idee van een vast ritme te vergeten, en opnieuw te leren observeren. Vergeet woorden zoals winter en zomer; doe gewoon een jas aan als het koud is en doe -em uit wanneer het warm is. Vergeet alles wat wij als kunstmatige wet over de echte natuur hebben gelegd en observeer, voel.

Bij Tai Chi bestaat eenzelfde probleem. Tai Chi is een krijgskunst, en in feite is een krijgskunst niet meer dan de kunst van het winnen in een fysiek conflict. Dat is ‘de natuur’ van Tai Chi. Als krijgskunst zijn er diverse concepten van aanpak te ontleden over hoe je het doel -winnen- kunt bereiken. Soms hard, soms zacht, dat soort zaken. Er is een oud Chinees werkmodel (oefening in qi en de interactie tussen yin en yang) dat zich heel goed laat hanteren om vaardig te worden in die concepten, en eigenlijk is dit alles.

Maar dan moet deze vaardigheid worden overgedragen…  En dat gebeurt via een systeem, een wetmatigheid. Dat systeem werkt in feite achterstevoren: waar je vroeger aan je leerling zou onderwijzen hoe een bepaalde interactie moet voelen om resultaat te bereiken waarna het vanzelf een fysieke vorm krijgt begint het onderwijs tegenwoordig met die fysieke vorm, waar niemand aanvankelijk van weet of begrijpt waar die vormgeving voor is. Vervolgens evolueren er allerlei regeltjes over het precies krijgen van die vormgeving, er komen ook nog eens regeltjes voor die regeltjes, en uiteindelijk weet niemand meer waar het in de kern over gaat. 

Dat is het punt waarop er gezegd gaat worden “Tai Chi is een gezondheidskunst”: dat is gewoon een andere manier om te zeggen “de lente begint koud”.

De Acht Cirkel-stijl in beeld en geluid

De conceptuele Acht Cirkel-stijl van de School van de Kraanvogel kent de Acht Armcirkels, de Acht Beencirkels en de Acht Slagen. Elke serie van acht -armen, benen en slagen- heeft een apart te bestuderen ‘inside’- en ‘outside’-versie.

De Acht Cirkels worden als volgt gedifferentieerd: 1. onderliggend 2. overliggend 3. achterliggend 4. overkruisend 5. omvattend 6. herstellend 7. hevelend 8. dragend.

Op onze Facebook-pagina zijn filmpjes geplaatst van de arm- en been-series.

Getagged , , , , , ,

Filmpjes uit de oude doos

Op de Facebook-pagina van de School van de Kraanvogel heb ik wat oude filmpjes van mezelf geplaatst uit de tijd dat ik zelf nog leerling was.

Getagged , , , , , , ,

Intern en zo

Hoewel iedere mens in de kern energetisch van aard is, is dat altijd nog heel iets anders dan energetisch zijn. Je kunt dat vergelijken met een electrisch apparaat: het feit dat het op stroom werkt wil nog niet zeggen het ding elektrisch is, als het goed is krijg je geen optater als je het aanraakt.

Eén van de functies van qi die je niet zult leren in het rijtje ‘functies van qi’ als je bijvoorbeeld acupunctuur studeert is: qi maakt ‘vol’, het vult de meridianen en daardoor ook de mens die uit die meridianen bestaat. Dat is waarom wij rechtop kunnen blijven staan, wat ons lichaam omhoog houdt; maar het is ook de reden waarom we ‘dik’ zijn, massa hebben. En hoe meer qi hoe voller de mens, hoe meer rechtop.
In die zin kunnen we onszelf dus vergelijken met een half-lege ballon die, door oefeningen zoals qigong, geleidelijk wordt opgeblazen en wordt gevuld met lucht: hoewel de ballon aanvankelijk slapjes was en losjes is ze nu hard, vol en rond. 
Eenmaal vol van qi zijn we dus te vergelijken met een bal; maar dat is nog niet wat we ‘intern zijn’ mogen noemen.
Door aanvullende oefening kunnen we onszelf daadwerkelijk gewaarworden alsof we een bal zijn, rond van vorm. En vanaf een bepaald punt zal onze training lonen, en merken we dat we gevuld zijn met ‘iets’. Dat iets, qi, kunnen we weliswaar niet rechtstreeks voelen maar we nemen de warmte waar die het genereert, we voelen het bloed stromen dat erdoor bewogen wordt, we ervaren hoe we ‘opgeblazen’ worden. We zijn nu dus als het ware een bal met een binnenkant, zeg maar een sinaasappel. Echter, ook dat is nog niet wat we ‘intern zijn’ mogen noemen.
Intern zijn begint op het moment dat onze waarneming omdraait. Aanvankelijk hadden we de ervaring dat we een bal met een binnenkant waren, maar nu voelen we plotseling hoe we die binnenkant zijn met een schil eromheen. Dát is ‘intern zijn’, intern Zijn.
De vraag is hoe je daar komt.
In mijn School van de Kraanvogel differentiëren we vier levels. Hoewel het wel zo gepresenteerd, onderwezen en bestudeerd wordt is het niet een structurele opeenvolging in de zin van ‘de één komt na de ander’; voor een deel is dat weliswaar wel degelijk zo, maar er kunnen spontane ervaringen en inzichten optreden die met een ander level te maken hebben dan waar je hoofdzakelijk zit.
Level I: ‘constructie’
Als Tai Chi-school zijn wij een krijgskunstschool. De één zoekt voornamelijk voor zijn of haar gezondheid te ‘vechten’, voor de ander is het een spirituele krijgskunst met het ego als voornaamste tegenstander, voor weer een ander is het een feitelijke vechtkunst; en dan zijn er natuurlijk ook nog die mensen die het gewoon leuk vinden en fijn vinden voelen om op Tai Chi-manier te leren bewegen.
Wat al deze invalshoeken met elkaar gemeen hebben is dat ze fysiek zijn, en om optimaal en efficiënt fysiek te leren bewegen werkt Tai Chi met allerlei regeltjes. ‘De rug moet recht zijn’, ‘ontspan’, ‘houd de nek gestrekt alsof je met je hoofd aan een vleeshaak hangt’, dat soort regeltjes. 
Uiteraard kun je prima bewegen zónder die regeltjes in acht te nemen maar voor ons zijn ze belangrijk, omdat ze enerzijds het lichaam uitlijnen en anderzijds voldoende spanning wegnemen, ‘stagnaties opheffen’, om een vrije circulatie van qi mogelijk te maken.
We kunnen dan ook stellen dat het beheersen van constructie via externe principes (lees mijn boek ‘De Externe Principes van Tai Chi‘, inmiddels verkrijgbaar als PDF) een belangrijke voorwaarde-scheppende fysieke vaardigheid is voor interne training.

Level II: ‘lineaire gewaarwording’
Dit level kennen de meeste mensen die een tijdje qigong geoefend hebben, of die een 
acupunctuurbehandeling hebben ondergaan: de eerste ervaring dat je qi begint te voelen. Natuurlijk voel je niet de qi, qi kun je niet rechtstreeks voelen. Maar je voelt wel de gevolgen van qi, de doorstroming die vaak met een warm en ietwat statisch gevoel gepaard kan gaan; de eerste ervaringen zijn meestal in de handen en onderarmen. Afhankelijk van wat je oefent kan het traject van sommige meridianen vervolgens voelbaar worden; meestal begint het met de Long-meridiaan, en vandaar dat we dit de lineaire fase noemen.
Level III: theorie
Wie echt wil groeien zal daaraan moeten werken. In ons geval betekent het dat we, na onze lineaire energetische ervaring, nieuwsgierig worden na wat het nu eigenlijk is wat we voelen, hoe dat werkt, hoe het door ons lichaam loopt, enzovoorts. We ontkomen nu niet aan theoretische studie. 

In het oude China hoefde je daar niet apart voor te gaan studeren omdat je de bijbehorende kennis vaak tijdens je training al meegekregen had; immers, je was al op zesjarige leeftijd begonnen met trainen en met het uit je hoofd leren van versjes, die nu ineens bijvoorbeeld het meridiaanverloop blijken uit te leggen of de exacte lokatie en functie van specifieke acupunctuurpunten. Wij zitten echter op meer dan één manier niet in het oude China en moeten deze kennis verwerven door bijvoorbeeld traditionele Chinese medicijnen (TCM), zoals acupunctuur, te gaan leren. Blijf jezelf daarbij wel bewust van het feit dat TCM gemoderniseerd is en daardoor op sommige punten tekort schiet in haar visie op energetica.
Level IV: ‘spherische gewaarwording’
Eén van de theoretische ‘inzichten’ waar je zo snel mogelijk weer vanaf moet is het idee dat er twaalf orgaanmeridianen zijn: in feite is er slechts eentje (er zijn nog een aantal andere meridiaansystemen maar ik wil het verhaal nu even duidelijk houden). De is heel lang, loopt door ons hele lichaam en stemt zijn frequentie af op de lokatie waar hij op dat moment passeert. 
We moeten vanaf dit punt een beetje Zen-achtig te werk gaan want we moeten accepteren dat deze ene meridiaan niet alleen als een soort van energetische fietsband door het hele lichaam loopt, we moeten tegelijkertijd accepteren dat hij dat doet in zes lagen die over elkaar heen liggen.
Vervolgens moeten we ophouden -maar door de ervaringen vanuit onze training ligt dat op dit niveau al voor de hand- met meridianen als ‘lijntjes door het lichaam’ te visualiseren. Een meridiaan is niet meer dan de naam voor het lineiaire verplaaten van qi door het lichaam, en beter is het om een vergelijking te maken met radiofrequenties en bandbreedtes: qi is een frequentie die meer of minder bandbreedte in beslag kan nemen. Net als bij een radio kun je meer of minder precies op het zendstation afstemmen en het komt vaak voor dat de stations te dicht bij elkaar liggen en dat de zenders door elkaar lopen.
Nu noemde ik al eerder als functie van qi dat het ‘vol maakt’. Als een qi-frequentie overloopt omdat ze ‘vol’ is, èn qi circuleert in zes lagen over elkaar heen, dan is het onvermijdelijk dat het overlopen uit de ene laag en het overlopen uit de andere laag door elkaar gaat lopen. Dit proces wordt ‘transformatie’ genoemd en resulteert in een meridiaan-overloop die het hele lichaam vult en doet pulseren: er ontstaat een dynamo-effect waarbij de stroom, die door de spiralerende koperdraad loopt, een veld gaat vormen.
Als je dit hebt bereikt, of eerder: geopend in jezelf, dan zul je merken dat qi niet alleen lineair meer door het lichaam stroomt maar ook als een pulserend veld kan werken. Dit is de manier waarop alle kunsten die qi toepassen, waaronder zeker ook Tai Chi, ermee werken.
Er zijn diverse manieren om dit vierde level verder uit te werken. De manier waarop dit gebeurt is afhankelijk van de discipline waar je het binnen wil toepassen, maar in alle gevallen betreft het methodes om het spherische intact te houden terwijl je het comprimeert in het lineaire.
Het is een lang verhaal geworden en zelf kan ik ook niet alles, maar dit is hoe intern worden werkt. Doe er je voordeel mee.
Getagged , , , , ,

Foto van de Tit Khun-groep

Tit Khun-groepV.l.n.r. David Ong, Ananta Samsuria, Marco van der Bas, Maarten ‘Mahinda’ Kam, Armand van Middendorp, Roel Jansen, Mohammed Salahi, Min Yi, Ga Fung Chong.

Getagged , ,

Over Daoïsme

Wat is Daoïsme?
In de School van de Kraanvogel is één van de belangrijkste qigong-oefenvormen Wudang Qigong Shibafa, ‘Achttien Methodes Wudang Qigong’, kortweg Wudang Qigong. De band tussen Wudang Qigong en het Daoïsme noodzaakt ons om ons te verdiepen in het Daoïsme, en er zijn twee manieren om dat te doen.
De eerste manier bestaat daaruit dat we de Dao, de Weg, zichzelf laten onthullen. De meesten van ons zullen kennis over het Daoïsme echter tegenkomen via de tweede weg, die inhoudt dat anderen ons erover vertellen. In dat geval nemen we feitelijk niet zozeer kennis van het Daoïsme maar eerder van de visie, en het begripsniveau, van het individu dat zijn persoonlijke perceptie van de Dao met ons deelt.
Dit leidt ons naar drie niveaus waarop het Daoïsme begrepen kan worden.
Op het eerste niveau baseren we ons begrip volledig op de geschriften van bijvoorbeeld reizigers die het Daoïsme aan den lijve menen te hebben ondervonden. Als we hun beschrijvingen lezen zou je het idee kunnen krijgen dat het Daoïsme een soort van bijgeloof is vol tempeltjes en met honderden, zo niet duizenden meer en minder belangrijke goden, godheidjes en geesten, en met alchemisten, talismannen en velerlei magische wegen om te trachten heden en toekomst te beïnvloeden.
Het tweede niveau kunnen we verwerven door werken te lezen zoals bijvoorbeeld Kristofer Schipper’s ‘Tao: de levende religie van China’. We zouden dan al te gemakkelijk, maar onterecht, gaan geloven dat het Daoïsme een gecompliceerde maar goed georganiseerde religie is -met haar eigen cosmologie en vol van velerlei soorten rituelen- die wordt uitgeoefend via een kerkachtige organisatie.
Om de verwarring te vergroten is er nog een derde, meer mystiek, niveau om het Daoïsme te begrijpen en wat we beschreven vinden in werken zoals de daodejing en de zhuangzi: het Daoïsme van de ‘eeuwige Weg die niet in woorden beschreven kan worden’, en ‘de Dao kan niet worden uitgedrukt in woorden want als je dat doet is het de Dao niet meer’.
Het Daoïsme heeft dus vele gezichten. In de ogen van sommigen is het een bijgeloof van mensen die goden en geesten smeken om welvaart en gezondheid, en die talismannen en magische incantaties gebruiken om hun lot te beïnvloeden. In de ogen van anderen is het een religie streep filosofie streep metafysisch begrip van, en inzicht in, de Weg, de Dao.
Nu luidt de eerste zin van de daodejing, het oudste en beroemdste boek over Daoïsme dat 2500 jaar geleden werd geschreven door Laozi: “de Dao die kan worden benoemd is niet de eeuwige Dao”.
Graag wil ik je op basis van deze openingszin een gedachte meegeven over hoe het Daoïsme werkt, en wat deze zin feitelijk betekent.
We nemen water als voorbeeld.
Water heeft drie duidelijk identificeerbare en fysiek van elkaar te onderscheiden ‘staten van zijn’: ijs, water, en stoom. Eén van de karakteristieken van de substantie ‘water’ is dat het ijs zal blijven tot de temperatuur stijgt tot nul graden Celcius; daar wordt het vloeibaar water. En zoals we allemaal weten verandert water onmiddellijk in stoom bij honderd graden Celcius. Deze drie aspecten van water zijn duidelijk door ons vast te stellen, we kunnen ze onderscheiden, het zijn feitelijke ‘dingen’, feitelijke materie die we in onze handen kunnen nemen (doe dit alsjeblieft niet met de stoom), we kunnen ze zogezegd naast elkaar op tafel leggen; ze zijn solide, ze ‘bestaan’.
Echter, er is geen enkele staat van water mogelijk zonder temperatuur; dus blijkbaar is temperatuur één van de vele aspecten van water hoewel wij, in ons ‘wetenschappelijke’ maar blind-met-één-oog-onderwijs, enkel onderwijs krijgen over de H2O-moleculen en dergelijke, de ‘vaste’ dingen. Ons wordt nooit onderwezen om temperatuur als een valide en onafscheidelijk aspect van water te zien.
Desalniettemin is het dit temperatuur-aspect dat maakt dat water kan veranderen van de ene in de andere staat (overigens: samen met de factoren ‘druk’ en ‘tijd’, maar ik wil het niet moeilijker maken dan het al is). En een karakteristiek van temperatuur is dat die altijd geleidelijk kan en moet veranderen.
Hier hebben we dus een zichtbare en een onzichtbare perceptie van water: in de zichtbare, fysieke en uiterlijke visie is water gebonden aan natuurwetten waardoor het relatief abrupt wijzigt van de ene staat in de andere: er is geen geleidelijke overgang van ijs naar water, we hebben het ene moment ijs en het andere moment vloeibaar water; we hebben het ene moment vloeibaar water en plotseling hebben we stoom.
Aan de andere kant is er het onzichtbare, ongrijpbare en niet-fysieke begrip van water, het aspect dat we onderscheiden als ‘temperatuur’. En zodra we water vanuit deze invalshoek bezien bestaan er alleen máár geleidelijke overgangen. Temperatuur stijgt van min naar plus op een constante en geleidelijke wijze; dat kan sneller of langzamer geschieden, maar de verandering verloopt altijd gladjes. Er zijn geen plotselinge veranderingen in temperatuur, het is nooit het ene moment nul en het andere moment plotseling honderd graden: er zit altijd een -sneller of trager verlopend- geleidelijk verlopend groeiproces van honderd graden temperatuurstijging tussen.
Dit staat dus in scherp contrast tot de fysieke manifestatie van temperatuur -in dit geval dus water- die gebonden is aan specifieke natuurwetten, en die bepalen dat de vaste materie niet op geleidelijke wijze kan transformeren: er is of ijs of water, nooit iets er tussenin.
Hoe relateert deze watervergelijking nu aan het Daoïsme?
Daarvoor moeten we even terugkeren  naar die eerste zin uit de daodejing: “de Dao die kan worden benoemd is niet de eeuwige Dao”. Blijkbaar waren er dus mensen die claimden dat de Dao wèl benoemd kan worden; maar vervolgens spraken ze over water in de vorm van ijs, in de vorm van vloeibaar water of in de vorm van stoom; ze spraken over water als één van deze drie grijpbare, objectiveerbare en duidelijk van elkaar te onderscheiden kwaliteiten.
Maar nee, zegt de daodejing, dat is niet de eeuwige Dao. Door enkel te kijken naar de grijpbare staten van water zie je de temperatuur haar werk niet doen, je mist de kracht die de verandering veroorzaakt en mogelijk maakt. Je mist hoe water niet iets vasts is in drie verschillende vormen, dat het in werkelijkheid voortdurend van de ene in de andere zijnsvorm verandert op een geleidelijke manier. Je mist het zien van de beweging van water doorheen de tijd, je mist het zien van de tijd zelf. Je mist het eeuwige en bent blind voor het feit dat het vaste altijd wijzigt door toedoen van de geleidelijke aspecten die aan onze aandacht ontsnappen.
Dit is een uitleg van de Dao in woorden; het kan dus niet de juiste zijn. Onderzoek zelf.
Getagged ,

Vind ons op Facebook

Op onze website heb ik een Facebook-button toegevoegd. Als je daarop klikt kom je uit op de Facebook-pagina van onze school.

Getagged
Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.